Transparantie in de Europese Investeringsbank - parlementaire vraag E-11120/2010

De Europese Investeringsbank (EIB) leent jaarlijks honderden miljoenen euro aan ontwikkelingslanden in Afrika. De EIB kan zoveel geld lenen omdat het een AAA-rating heeft en de EU-lidstaten op deze quotering vertrouwen. Een recent onderzoek toont echter aan dat dit geld niet altijd juist terechtkomt of verdwijnt naar belastingparadijzen of private equity-fondsen. De EIB verschuilt zich achter commerciële geheimhouding en beweert voorbeeldige standaarden voor transparantie en verantwoording te hanteren. Toch lijken meer toezicht en controle noodzakelijk. Zo werd in 2007 50 miljoen euro aan de Intercontinental Bank van Nigeria geleend, terwijl hun directeur van fraude werd verdacht. Een lening van 15 miljoen euro aan de Nationale Bank van Malawi werd gepubliceerd op de website van de EIB, maar nooit doorgevoerd, zelfs intern was er verwarring over waar het geld naar toe was. Meer dan een jaar geleden kregen Gabon en Rwanda een lening (resp. 7 en 5 miljoen euro), maar het geld is nog steeds niet opgenomen. Ongeveer 60 % van de EIB-investeringen in private equity-fondsen voor Afrika (ongeveer 125 miljoen euro) gebeurt in één land, Mauritius, waar men volgens de EIB via de wetgeving verkiest om de privé-sector te stimuleren. Nog 4 miljoen euro voor private equity-investeringen was bestemd voor Angola, maar gegeven aan een firma uit Delaware met zetel in Luxemburg, een belastingparadijs… Het ontbreekt de EIB duidelijk aan controle, men slaagt er niet in publiek te maken wat er met het geld gebeurt.

Is de Commissie op de hoogte van deze praktijken? Als het de Commissie niet bekend is welke leningen en onder welke voorwaarden de EIB deze verstrekt aan ontwikkelingslanden, hoe denkt zij dan haar coördinerende functie in het kader van het Europees ontwikkelingssamenwerkingsbeleid te kunnen waarmaken?

Kan de Commissie uitleggen of de EIB intussen haar beleid inzake openbaarmaking van informatie en transparantie heeft geëvalueerd en welke conclusies hieruit zijn voortgekomen? Heeft de bank een zwarte lijst van fraudeurs opgesteld en een systeem ontwikkeld van uitsluiting van ondernemingen die door de EIB en andere multilaterale ontwikkelingsbanken schuldig zijn bevonden aan corruptie? Acht de Commissie de maatregelen die de EIB nam om haar beleid ten aanzien van offshore financiële centra te herzien toereikend? Zo niet, welke verdere stappen is de Commissie van plan te ondernemen?

***

ANTWOORD VAN COMMISSARIS PIEBALGS (op 24 februari 2011)

In verschillende stadia is er overleg tussen de Europese Investeringsbank (EIB) en de Europese Commissie over leningen verstrekt door de EIB. Ontwerpprojecten van de EIB worden aan de Commissie meegedeeld en artikel 19 van de EIB-statuten bepaalt dat voorstellen voor leningen door de EIB uit eigen middelen aan de Commissie moeten worden voorgelegd voor ze bij de Raad van bewind van de EIB ter goedkeuring worden ingediend. Ook over EIB-leningen in het kader van de Overeenkomst van Cotonou, waarbij de EIB de middelen van het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) rechtstreeks beheert, brengt de Commissie advies uit. De Commissie neemt deel aan het Comité van de Investeringsfaciliteit, dat projectvoorstellen beoordeelt voor ze naar de Raad van bewind worden gestuurd. Zodra de projecten zijn goedgekeurd, wisselen beide instellingen ook informatie uit over de uitvoering van de projecten, zowel op het terrein als in de hoofdzetel. Tijdens al deze uitwisselingen worden de bevoegdheden van de EIB om autonoom te beslissen over haar activiteiten, die onder meer ook betrekking hebben op de EU-begrotingskredieten die aan haar zijn toevertrouwd, ten volle gerespecteerd.

In de schriftelijke antwoorden van de EIB van 25 januari 2011 op de vragen van de Commissie Begrotingscontrole werd uitvoerige informatie verstrekt over de specifieke kwesties die in het Counterbalance Report aan de orde zijn gesteld. De Commissie aanvaardt deze toelichtingen.

Het EIB-beleid inzake openbaarmaking, dat in maart 2006 in werking is getreden, werd in 2007 voor het eerst geëvalueerd in het licht van de verplichting van de Bank om de Aarhus-verordening toe te passen. In 2009 startte bovendien een openbare raadpleging, die in het teken stond van een herziening van zowel het openbaarmakings- als het transparantiebeleid, met als gevolg dat beide in één document werden samengevoegd. Elk jaar wordt op de website van de EIB een verslag over de uitvoering van het openbaarmakings- en transparantiebeleid van de Bank(1) gepubliceerd.

De EIB ontwikkelt haar eigen uitsluitingssysteem in overeenstemming met de EU-regelgeving. Verwacht wordt dat dit systeem, dat nauw zal samenwerken met dat van de Europese Commissie, in de loop van 2011 operationeel zal worden. De beslissingen van de EIB-directie ter zake zijn momenteel gebaseerd op contractuele bepalingen en op het EIB-beleid inzake fraudebestrijding. Deze beslissingen kunnen onder meer het intrekken van leningen of het opleggen van voorwaarden voor verdere uitbetalingen omvatten. Binnen de Commissie kunnen op basis van de artikelen 93 tot en met 96 van het Financieel Reglement (Verordening nr. 1605/2002(1)) uitsluitingssancties worden opgelegd aan ondernemers die schuldig worden bevonden aan ernstig professioneel wangedrag of die definitief worden veroordeeld voor fraude of corruptie. De procedure en de voorwaarden voor dergelijke uitsluitingssancties worden nader uitgewerkt in de uitvoeringsvoorschriften (Verordening nr. 2342/2002).

Het standpunt van de Commissie ten aanzien van het gebruik van offshore financiële centra (OFC’s), dat ook uiteengezet wordt in de op 21 april 2010 goedgekeurde mededeling betreffende belastingen en ontwikkeling, is zeer strikt en duidelijk. De Commissie kan niet accepteren dat OFC’s worden gebruikt om de fiscale en sociale lasten die normaliter verschuldigd zijn te ontwijken, vooral nu de huidige financiële crisis aanleiding geeft tot nog meer bezorgdheid over de duurzaamheid van het belastingstelsel en de inkomsten van onze begunstigde landen. Wij verlangen bijgevolg van onze partners, inclusief de EIB, dat zij uitgebreid vooronderzoek verrichten om te voorkomen dat EU-middelen rechtstreeks of via tusseninstanties in offshore financiële centra, belastingparadijzen of enige andere jurisdictie worden gebruikt met het oog op ontwijking van belastingen die verschuldigd zijn aan begunstigde landen, of in verband met belastingfraude en -ontwijking. In het algemeen steunt de Commissie de recente inspanningen van het EIB-beleid wat OFC’s betreft en zij moedigt de EIB aan om haar systemen op dit gebied verder te verbeteren.

(1) PB L 248 van 16.9.2002.

GroenDe enige partij die sociaal én milieuvriendelijk is.

www.groen.be

De Groenen/EVAGroenen en Europese Vrije Alliantie in het Europees Parlement.

www.greens-efa.eu

Sympathisant, ijveraar, pertinente vraag of melding...?