Onkruid? Het ligt er maar aan hoe je het bekijkt.

Deze week donderdag stemmen de vertegenwoordigers van de Raad van Ministers van Landbouw, Milieu en Volksgezondheid over het voorstel van de Europese Commissie om het gebruik van glyfosaat, één van de bestanddelen van de onkruidverdelger Roundup, nog 9 jaar toe te laten. Wat de groenen betreft trek je die toestemming best in. Maar de jongste weken krijgen we nogal wat vragen over hoe het dan moet, zo zonder glyfosaat. 

Ik kan er me makkelijk van af maken door te verwijzen naar de schitterende website zonderisgezonder.be van de Vlaamse Milieumaatschappij. Die biedt heel wat tips voor gezinnen, overheden en landbouwers. Maar veel hangt natuurlijk af van waarom je koste wat het kost onkruid wil bestrijden.

Ben je tuinliefhebber, hobbyist of een professionele land- of tuinbouwer? Voorlopig wetenschappelijk onderzoek toont aan dat het merendeel van het glyfosaat-verbruik zich situeert bij de professionals. De verkoop van Roundup komt voor een kleine minderheid op rekening van particulieren.

Maakbaar?

Het is duidelijker dan ooit: het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen zegt veel over de manier van denken over de natuur. En dat soort denken is op lange termijn niet houdbaar. We vergiftigen onszelf en onze omgeving dermate, dat we vroeg of laat heel andere problemen zullen moeten oplossen.

Pesticiden (eufimistischer gesteld: gewasbeschermingsmiddelen) zijn uitvindingen van de 20ste eeuw. Ze kaderen in een maakbaarheidsdenken dat zijn tijd heeft gehad en op een bankroet afstormt. Dat systeem doet ons de das om. Het is doorgeslagen. 

Velen zeggen dat pesticiden nodig zijn om voldoende voedsel te kunnen produceren. Onze analyse is gekend: honger is een politiek probleem. Er is vandaag meer dan voldoende eten. Het is zelfs zo goedkoop dat we één derde van de productie al te makkelijk weggooien. Meer dan 1 miljard mensen is obees door ongezonde voeding. De industriële landbouw maakt onze planeet kapot. Denk daarbij aan klimaatopwarming, ontbossing, daling van de biodiversiteit, het koppig volhouden aan de gedachte dat genetisch gewijzigde gewassen de toekomst zijn, terwijl ook zij teveel chemische grondstoffen opslokken. Het vleesverbruik is te hoog. Er is voor veel producten overproductie. En boeren en boerinnen proberen te overleven met hun hoofden tussen hamer en aambeeld. De onafhankelijkheid van boeren staat onder druk. Ze zijn een speelbal in de handen van een beperkt aantal concerns zowel inzake input (zaden, meststoffen, pesticiden) als inzake output (de distributiesector, de supermarkt-ketens). Dit alles met een laag inkomen daarbovenop.

We denken de natuur te kunnen beheersen, maar dat is en blijft een onmogelijke taak. Onkruid wordt steeds resistenter tegen sproeistoffen allerhande. De enige afdoende manier om ze weg te krijgen, is ze uit te trekken. Wieden dus. Zes keer per jaar ongeveer. Steek uw handen uit de mouwen voor een ontspannende bezigheid en laat u meevoeren in de wondere wereld van het onkruid.

Wat is onkruid?

Geen enkel kruid is 'on'kruid. Het zijn gewoon planten. Soms hebben ze zelfs specifieke en geneeskrachtige eigenschappen. Ze zijn lekker in een slaatje of simpelweg mooi om naar te kijken. Alleen staan ze op de verkeerde plek. 

Belangrijk is wel dat ze een boodschap uitdragen over de staat van de bodem. Vaak komen deze ongewenste kruiden voor op plekken waar de bodem verarmd is. Of zijn ze net een uiting van heel vruchtbare grond (zoals varkensgras of paardebloem).

Klavers en wikke groeien waar weinig stikstof is omdat ze daar zelf genoeg voorraad van hebben. Brandnetels staan net waar veel stikstof voorkomt. In de buurt van brandnetels vind je trouwens snel weegbree, typisch voor een zure grond. Als je geprikt bent door de brandnetel, wrijf je weegbree open op die plek en stopt het zo met jeuken.

Zuring is een heuse pionier, die met diepe penwortels de verdichte grond weer 'open graaft', onderin zoekt naar mineralen, en die naar boven brengt.

Onkruid kan ook best aantrekkelijk zijn voor insecten of bestuivers. En die zijn op hun beurt weer voedsel voor vogels of egels en ze zorgen voor een goede bestuiving en dus vruchtzetting van fruitbomen of bessenstruiken.

Bodemverbeteraars

Eigenlijk zijn deze "wilde" planten bodemverbeteraars. Ze maken plaats voor meerjarige planten. Door ze te composteren, of als mulchlaag te gebruiken, breng je heel wat voedingsstoffen bij elkaar. Mulch is een laag met halfverteerd organisch materiaal. En onkruid vormt daartoe een erg nuttige basis. Sommige onkruiden zijn namelijk rijk aan kalium, andere aan stikstof of andere sporenelementen zoals silicium (heermoes) of fosfor.

De gebruikte onkruiden moeten natuurlijk zaad- en vruchtvrij zijn, anders plant je er de hele tuin mee vol. Best verwijder je ook alle wortelen om te vermijden dat de planten toch verder blijven leven. 

De allerbeste methode om onkruid te verwijderen is die van de mechanische bestrijding: wieden, schoffelen, hakken, maaien, mulchen… Spitten is minder goed. Het brengt vaak 'slapende' onkruidzaden naar boven en is dus niet altijd de beste preventieve werkwijze

Er hangt chemie in de lucht

Onkruid met chemische producten bestrijden, betekent veel ander leven vernietigen. Daar staan weinig mensen bij stil. Insecten drinken uit de druppels die planten afscheiden, maar soms zitten die vol met gif. Resten van het gif kunnen jaren in de bodem blijven of worden opgenomen in het grondwater. Zo komen ze finaal in ons eigen voedsel terecht.

Herbiciden werken schijnbaar snel en goed, maar bieden eigenlijk geen langetermijngarantie. De natuur heeft immers de eigenschap om te blijven groeien en bloeien. Niet alleen groenten, fruit of mooie borders en bloemenweiden, maar ook 'onkruiden'. Je kunt ze tijdelijk weghalen met een product, maar ze steken vroeg of laat toch de kop weer op. 

Dat geldt natuurlijk evenzeer voor het wieden of schoffelen, tenzij je structureel de (moes)tuin zo aanlegt dat je voornamelijk gewenste planten krijgt. Zo ben je minder schadelijk bezig op lange termijn.

Mocht de natuur een bank zijn, ze was al lang gered

Het terugdringen van het gebruik van herbiciden, zeker deze op basis van glyfosaat, is niet alleen van belang voor de volksgezondheid, de gezondheid van dieren en het milieu. Het heeft duidelijk ook een economische meerwaarde. Zo blijkt uit Duits onderzoek van het Julius-Kühn-Instituut dat het vervangen van glyfosaat door bijkomend ploegen niet duurder is. In ongeveer elke variant (van toepassing) bracht mechanische onkruidbeheersing dezelfde of zelfs betere economische resultaten.

Probleem in de landbouw is natuurlijk de op veehouderij of de voedingsindustrie gerichte productie. Die leidt tot gigantische monoculturen. Denk maar aan de massale maïsvelden op het platteland. Ze verarmen de bodem en trekken zo typische onkruiden aan, die dan weer in de logica van de industriële landbouw moeten bestreden worden met herbiciden. Terwijl schoffelen en wieden evenveel direct, zoniet een beter resultaat opleveren.

Gewasdiversificatie is een straf middel tegen een ongezonde bodem: zorgen voor een diversiteit aan planten, zoeken naar de beste gewascombinaties. Zet geen tomaten naast aardbeien. Kies wel voor ajuinen in de nabijheid van wortelen. Werk met bio-pesticiden en zoek planten die bepaalde insecten weghouden. Kies voor valse zaaibedden. Kies voor voor planten in plaats van zaaien. Zo geef je voorsprong aan je plant. Werk met zaaischema's.

Het zijn allemaal werkbare manieren om de onkruiddruk te verlagen. Misschien moeten we gewoonweg leren aanvaarden dat niet elk tuintje er superkeurig moet bijliggen.

GroenDe enige partij die sociaal én milieuvriendelijk is.

www.groen.be

De Groenen/EVAGroenen en Europese Vrije Alliantie in het Europees Parlement.

www.greens-efa.eu

Sympathisant, ijveraar, pertinente vraag of melding...?