Aan tafel gaan is ook politiek

De groeiende aandacht voor voedsel en de manier waarop het wordt geproduceerd en geapprecieerd, is volkomen terecht. Dit debat is immers van groot belang voor hoe de wereld van morgen er uit zal zien. Het debat is ook zeer actueel en politiek, want de komende maanden moeten knopen worden doorgehakt over de beoogde hervorming van het Europees landbouwbeleid. Dit beleid drukt niet alleen een grote stempel op hoe voedsel in Europa wordt geproduceerd, maar heeft ook grote invloed op boeren in ontwikkelingslanden. Het is daarom cruciaal dat burgers, milieu-, boerenorganisaties en consumenten proberen te volgen wat er heden ten dage in het Europees Parlement gebeurt. Dat heeft voor het echt eerst medebeslissingsrecht, maar dreigt door de conservatieve logica van de twee grote politieke families - socialisten en christendemocraten - niets te willen veranderen. Zij blijven hangen in een logica van steeds groter productivisme, ten koste van boeren, milieu en dieren.

Grote bewustzijn

Naast allerlei interessante debatten over of biologisch voedsel nu wel of niet gezonder is, lijkt deze algemene conclusie mij alvast de enige juiste en logische: gezond eten moet ook gezond zijn voor de wereld. Dat betekent concreet een zo duurzaam mogelijke landbouw, en een andere, meer bewuste omgang met voedsel, zoals het tegengaan van verspilling van grofweg een derde van al het eetbare dat geproduceerd wordt.

Dit bewustzijn wordt gedeeld door steeds meer burgers, hetgeen je kunt afleiden uit het feit dat er ook in tijden van crisis een groeiende vraag is naar biologische eetwaren, kwaliteitsvoedsel uit eigen streek en fair trade producten. We moeten ook af van de notie dat voedsel ten koste van boeren en van milieu vooral zo goedkoop mogelijk moet zijn. Als samenleving moeten we daarom bereid zijn om te investeren in kleinschalige en duurzame landbouw, opdat boeren alleen al in economische zin in staat zijn om gezond voedsel te produceren, zonder kopje onder te gaan. De banden tussen consumenten en producent moeten worden aangehaald.

En dat gebeurt gelukkig steeds meer. Afgelopen zondag vond in Brussel de tiende editie van 'Landelijk Brussel' plaats: een soort openlucht duurzame voedingsmarkt waar een honderdtal kleine landbouwers, bio- en slowfood producenten met hun eetwaren de stadse consument verleidden. In vele landen vinden kleinschalige projecten plaats rond stadslandbouw. Het belang daarvan is niet in de eerste plaats het voeden van een stedelijke bevolking, als wel het stoppen van de vervreemding waardoor de groeiende bevolking van de 'hongerige stad' weer een besef krijgt van hoe haar maagje elke dag opnieuw gevuld raakt.

Sociaal contract

Op woensdag 19 september komt de Good Food March aan in Brussel. Burgers en allerhande organisaties uit verschillende lidstaten, marcheerden door heel Europa om van beleidsmakers te eisen dat onder andere het gemeenschappelijk Europese landbouwbeleid op zo'n manier wordt hervormd dat het ten goede komt aan boer en milieu, aan werkgelegenheid in rurale gebieden, aan consumenten én biodiversiteit. Duurzaam geproduceerd biovoedsel mag geen privilege van een goed verdienende stedelijke elite blijven. Dat vereist echter een fundamentele verschuiving van Europese middelen.

Waren voedselzekerheid en politieke integratie gedurende decennia de eerste doelen van het Europese landbouwbeleid van na de Tweede Wereldoorlog, zou het nu opnieuw een sociaal contract moeten vormen tussen boeren en burgers. Pilaren van dat sociaal contract zijn begrippen als voedselsoevereiniteit en duurzaamheid. We weten dat de vrije markt - gericht op winstmaximalisatie en daarbij externe kosten als milieuvervuiling negerend - hier niet voor zal zorgen. Daarmee zou de manier waarop we in Europa voedsel produceren en wat er op ons bord komt in hoge mate een politieke kwestie moeten zijn.

Helaas zien we dat de twee grote politieke fracties in het Europees Parlement - socialisten en christendemocraten - momenteel proberen een deal te sluiten die neerkomt op status quo en weigeren het debat grondig en publiek te voeren.

Hervorming landbouwbeleid

De komende maanden zijn nochtans cruciaal voor de toekomst van de Europese landbouw. Sommige lidstaten willen zoveel mogelijk bezuinigen en de Europese landbouwers overlaten aan de mondiale vrije markt. anderen willeen de status quo en vooral hun eigen landbouwenveloppe uit Brussel op peil houden, met steun van de twee grote fracties in het Europese Parlement (sociaaldemocratische EVP en christendemocratische S&D), die het publieke debat hierover uit de weg gaan.

Europese groenen vechten in het Europees parlement eerder voor een verschuiving van middelen, waarbij duurzame landbouw wordt beloond. En adellijke grootgrondbezitters of grote multinationals nu eindelijk worden uitgesloten van Europese landbouwsubsidies. Dat zijn politieke keuzes.

De portemonnee van kleine boeren

Enkele cijfers: in de EU krijgen 31.500 industriële landbouwbedrijven meer dan 100.000 euro aan Europese subsidies (hetgeen per bedrijf vaak in de miljoenen kan lopen), voor een totaal aan 6,5 miljard euro. Aan de andere kant heb je 5,3 miljoen kleine boeren die vaak hoogwaardige producten maken, maar die met pijn en moeite (Europese bureaucratie, administratieve rompslomp) 2000 euro per jaar ontvangen.

Een van onze hervormingsvoorstellen is om een maximale jaarlijkse subsidie van 100.000 euro in te voeren. Gekoppeld aan deze jaarlijkse publieke steun aan miljoenen kleinschalige, Europese boeren - goed voor een kleine 7 miljard euro of 5 % van het EU-budget - wordt de omschakeling naar meer duurzame en ecologische landbouwpraktijken verbonden. Het kost wat, maar dan heb je ook iets wat goed is voor toekomstige generaties. Niet alleen voor de kwartaalcijfers van agro-concerns. Het is goed voor de economische autonomie van boeren, goed voor biodiversiteit, goed voor het herstel van bodem- en waterkwaliteit, het zorgt voor minder afhankelijkheid van zeer dure kunstmeststoffen en allerhande bestrijdingsmiddelen en antibiotica én goed voor dierenwelzijn en consumenten.

Burgers hebben het recht om te weten hoe de 100 euro per persoon die via de EU aan landbouw wordt uitgegeven. Ze hebben er recht op te weten dat het landbouwmodel tot nu toe uitgaat van het principe 'grow or go'. Door dit politieke en economische dogma is het Europese platteland verarmd en leeggelopen. De komende tien jaar zullen bij ongewijzigd beleid 7 miljoen boeren verdwijnen. Slechts 6 % van onze boeren is jonger dan 35 jaar. Boeren willen niet leven van subsidies, maar willen wel een eerlijke prijs voor een zo natuurvriendelijk mogelijk product.

Een nieuw sociaal contract tussen boer en consument, tussen stad en platteland is cruciaal. Dat vereist politieke keuzen en die ligt mede op uw bord. Het is nu of nooit.

Bart Staes, Europees parlementslid Groen

GroenDe enige partij die sociaal én milieuvriendelijk is.

www.groen.be

De Groenen/EVAGroenen en Europese Vrije Alliantie in het Europees Parlement.

www.greens-efa.eu

Sympathisant, ijveraar, pertinente vraag of melding...?