Agalev - De keuze is logisch

Straatsburg, 2 juli 2002 Gisterenavond besliste de partijraad van SPIRIT met een grote meerderheid besprekingen met SP.A aan te gaan over samenwerking die op zijn minst tot een kartelvorming moet leiden. Ik neem aan dat deze beslissing definitief is. Ik kan me hier om tal van inhoudelijke redenen absoluut niet in vinden, en heb dan ook beslist de rangen van AGALEV te vervoegen.
Bij de stemming gisterenavond heb ik mij onthouden. Hierbij wilde ik mijn respect betonen voor de beslissing van de te verwachten meerderheid. Ik wil ze niet tegenhouden, maar kan er mij niet bij neerleggen.
Ik kon me vinden in de verklaring van Bert Anciaux in het Laatste Nieuws van 14 mei jl., toen hij stelde dat Vlaanderen een bredere basis nodig heeft voor een progressief project. Dat hij daar meteen de conclusie aan verbond dat dit moest uitdraaien op een alliantie met de SP.A en met geen woord over AGALEV repte, vond ik niet logisch en bijzonder aanvechtbaar. Op dat moment ging mijn voorkeur duidelijk uit naar een verderzetten van de onafhankelijke koers van SPIRIT. Dat Bert zijn beslissing had genomen bleek nog eens bij de stemming op de partijraad van 25 mei jl., waar hij zich onthield bij de stemming waarbij een overweldigende meerderheid die onafhankelijke koers boven alle andere voorstellen verkoos. Bij gesprekken die ik met hem later nog had maakte hij mij nog eens zeer duidelijk dat het voor hem SP.A was.
Uiteindelijk kreeg hij op het partijbestuur van het afgelopen weekeinde in Genk een ruime meerderheid achter zich, die dan gisterenavond – na zijn ontslag als Minister – werd bevestigd door de partijraad. Voor SPIRIT is er dus geen weg meer terug. Voor mij is het SPIRIT-verhaal dan ook ten einde.

Ik hoopte dat met de demarche van Bert Anciaux in het Laatste Nieuws het debat over ‘progressiviteit’ zou geopend worden, dat progressief inhoudelijk zou ingevuld worden. Dat debat is de moeite waard, zeker op een moment dat de politiek vaak een postmodernistische – ik bedoel daarmee ‘weinig waardenvaste’ – aanblik geeft. Paars is geen kleur die op zichzelf kan staan: het is een mengeling van twee kleuren, van twee grote tendenzen die herkenbaar moeten zijn. Wie staat voor wat bij de essentiële vragen waar de samenleving voor staat? Daar moet een antwoord op gegeven worden. Dat heeft met strategie, met inhoud, te maken. Niet met taktiek, met optelsommen of krachtsverhoudingen.

Er wordt vaak gesteld dat de oude breuklijnen van de politiek zijn opgeheven: Vlaams-Waals, katholiek-vrijzinng, links-rechts. Wat de communautaire tegenstellingen betreft, heeft men al vaak gewezen op het fundamentele werk dat de Volksunie heeft verwezenlijkt. Dat is correct: het programma werd voor een belangrijk deel gerealiseerd, maar er is ook nog veel te doen. Ik hoop dat AGALEV in dit debat zal willen meestappen, omdat het essentieel is voor het vreedzaam samenleven van volkeren. Autonomie en territorialiteit moeten, samen met solidariteit, sleutelbegrippen zijn in dit debat. Dit komt even sterk tot uiting in Europa waar de schaalvergroting bedreigend kan zijn voor perifere regio’s, voor kleinere taal- en cultuurgemeenschappen.

Ik geloof ook dat het katholiek-vrijzinnig debat vaak nog slechts goed is voor achterhoedegevechten over kruisbeelden in gerechtszalen. Als pluralistische partij wees de Volksunie al lang op de noodzaak beide levensovertuigingen met mekaar in harmonie te doen leven. Het lijkt nu zelfs op het moeilijkste vlak, het onderwijs, zijn beslag te zullen krijgen. Ik ben er van overtuigd dat dit niet tot een ethische normenvervlakking moet leiden. Hopelijk zal zich het debat op dat niveau verder afspelen. In dit verband wens ik te onderlijnen dat ontzuiling van de politiek bijzonder belangrijk is, en kan me hiervoor trouwens aansluiten bij de grote vragen die Bert Anciaux zelf stelde over de verwevenheid van de SP.A met de socialistische zuil. De structurele verwevenheid van vakbonden en mutualiteiten met politieke partijen en de overheid leidt inderdaad al te vaak tot belangenvermenging en machtscumulatie en parallelle besluitvormingsprocessen. Dat is en blijft onaanvaardbaar. Bert reikte net met die opmerkingen in mijn ogen zelf een argument aan om vraagtekens te plaatsen bij de evidentie van de SP.A piste. De politieke partijen moeten op een totaal onafhankelijke wijze kunnen functioneren en daar biedt de SP.A m.i. vandaag geen garanties voor. AGALEV wel.

De tegenstelling links – rechts blijft echter overeind, want dit gaat over de verdeling van de welvaart. Dat is voor mij essentieel, omdat het gaat over de onafhankelijkheid van de politiek tegenover de economie, en over de waardigheid van alle personen. In een marktgestuurde politieke wereld is dat niet mogelijk. Hier zouden AGALEV en de SP.A mekaar kunnen vinden, maar dat is nog lang niet zo. Er zijn wel degelijk grote verschillen tussen beiden, en daar gaat mijn keuze voor AGALEV over.

AGALEV is de enige partij die het eenvoudige marktdenken overstijgt. SP.A is voor sociale correcties, maar daar is iedereen voor, ook de VLD, zij het dan in mindere mate. AGALEV is de partij – en de Volksunie en Spirit waren en zijn dat ook – die de immateriële waarden in dit debat op de voorgrond plaatst. Het debat over « niet altijd meer, maar beter ». Met andere woorden, het verschil tussen een reëel gemis en een onverzadigbare behoefte.

Dat de regionalisten en volksnationalisten in Europa spontaan aansluiting vonden bij de Groene fractie en niet bij de Socialisten is daar ook een verklaring voor. Het zijn de Groenen die wereldwijd aansluiting vinden bij de ‘anders-globale’ beweging die een menselijk alternatief nastreeft voor het op hol geslagen materialisme en de internationale economische krachten die de samenleving voortstuwen. Dit komt in het Europees Parlement bijzonder fel tot uiting.

De Volksunie heeft vaak gesteld dat zij eigenlijk de kans heeft gemist om de groene partij van Vlaanderen te worden. Hierbij werd vooral gedacht aan de vaak nonconformistische, ja rebelse wijze – “wij praten niet recht wat krom is” – waarbij rechtlijnigheid in de politiek werd beleden. Ook dat vind ik meer terug bij AGALEV.

Tot slot nog dit. Ik ben in 1979 bij de Volksunie gekomen omwille van het federalisme, het “leven in kringen”, en dus de erkenning van regio’s en volkeren in Europa. Ik hoop dat deze gedachte nog meer ingang kan vinden bij AGALEV. Mijn samenwerking met de Groenen in Europa, waar 10 Europarlementsleden uit regionalistische en nationalische partijen hun plaats hebben gevonden, stemt me hoopvol.

Ik hoop dat het duidelijk is dat mijn beslissing om naar AGALEV te gaan, niet is ingegeven door het vertrek van Bert Anciaux uit de Vlaamse regering, maar dat zij een logisch gevolg is van een grondig debat en een even grote overweging over mijn onmogelijkheid om politiek te handelen binnen de context van een alliantie met de SP.A.
Ik neem deze beslissing met heel veel spijt en treurnis want ik laat een hele reeks goede Volksunie- en Spirit-vrienden achter, maar dit is voor mij niet een nieuw begin maar een consequent doorzetten van meer dan twintig jaar politieke actie. Bart Staes,
Europarlementslid

GroenDe enige partij die sociaal én milieuvriendelijk is.

www.groen.be

De Groenen/EVAGroenen en Europese Vrije Alliantie in het Europees Parlement.

www.greens-efa.eu

Sympathisant, ijveraar, pertinente vraag of melding...?