(14/11/08) De actuele toestand in Tsjetsjenië en bij uitbreiding de hele noordelijke Caucasus

Studiedag FEDASIL – 14 november 2008

Vooreerst een woord van dank aan de organisatoren van deze studiedag. Het is van zeer groot belang dat mensen blijvend geïnformeerd worden over de stand van zaken over het nog steeds aan de gang zijnde conflict in de zuidelijke caucasus. Het conflict dat zich in oorsprong beperkte tot Tsjetsjenië breidde zich immers gaandeweg uit naar de naburige republieken Ingoesjetië en Dagestan.

De Russische autoriteiten proberen ons te doen geloven dat de situatie in dat deel van hun land volledig onder controle is. Zo werd ik in 2003 ontvangen door Nikolaj Patroesjev, de toenmalige directeur van de Russische geheime dienst FSB. In het beruchte Loebjankagebouw, waar tijdens de Sovjetperiode menig sovjetdissident werd opgesloten en gemarteld, probeerde hij mij gedurende een vijftig minuten durende monoloog ervan te overtuigen dat de toestand in Tsjetsjenië volledig genormaliseerd was: de scholen waren heropend, openbare gebouwen heropgericht, het openbaar vervoer verliep feilloos, de justitie werkte weer, het gezondheidssysteem verliep optimaal. Kortom: een niet-kritisch aanhoorder van deze onzin kon geloven dat Tsjetsjenië van oorlogsgebied was omgeschakeld naar een ideale vakantiebestemming. Toen ik hem nogal cynisch na zijn lange propagandarede vroeg of hij voor mijn gezin in Tsjetsjenië geen mooie datsja kon vinden als vakantieverblijf in de zomer van 2003, werd ik prompt aan de deur gezet.

Enkele maanden later bezocht ik, weliswaar onder begeleiding van Russische militairen, een aantal vluchtelingenkampen in Ingoesjetië (één ervan heette BART, wat in het Tsjetsjeens “vrede en voorspoed” betekent) en de stad Grozny. De Russen probeerden ons te doen geloven dat de Tsjetsjeense samenleving zich helemaal aan het normaliseren was. We brachten een bezoek aan een ziekenhuis en aan een peutertuin voor kinderen tussen vier en zes jaar oud. Terwijl mijn collega-parlementsleden aandachtig luisterden naar de officiële uitleg van de Russen slaagde ik erin samen met één van de tolken van het EP te ontsnappen aan de aandacht van de militairen.

De mensen die we doen spraken en absoluut anoniem wensten te blijven vertelden ons een heel ander verhaal. Het ziekenhuis dat we bezochten was inderdaad een zeer goed werkend hospitaal maar de gewone Tsjetsjeen kwam er niet in. En de kleuterklasjes die we bezocht hadden werden niet bevolkt met Tsjetsjeense kinderen maar met Russische kinderen. De mensen klaagden over de vele luxeprojecten van president Kadyrov. Hulp van hulporganisaties verdween in de handen van een corrupte klasse en werd op de zwarte markt doorverkocht. De zogenaamde heropbouw had alleen betrekking op officiële gebouwen en de bouw van “paleizen” voor de Kadyrov-clan. De werkloosheid was enorm en mensen wisten nauwelijks rond te komen. Nog dagelijks waren er ontvoeringen en er woedde een bloeiende handel in losgeld voor ontvoerde mannen. Je kon zelfs de lijken terugkopen van familieleden die ontvoerd waren. Vrouwen werden onteerd en er heerste een algemeen klimaat van terreur. Dat was het “nadere” verhaal, het ECHTE verhaal van de toestand in Tsjetsjenië. En het stond in schril contrast met wat de Russen ons wilden doen geloven.

Maar dit was 2003. Wat is de toestand nu?

Laat ons even wat officiële bronnen raadplegen. Op de website van de FOD Buitenlandse Zaken is een interessante bron het reisadvies voor de Russische Federatie. Dit advies wordt opgesteld door diplomaten en ambtenaren en is meestal een zeer nauwkeurige inschatting van de stand van zaken:

“Het is echter ten zeerste afgeraden om zich naar de Noord-Kaukasus te begeven, omwille van de terugkerende lokale instabiliteit. De Noord-Kaukasus omvat de volgende regio's: Tsjetsjenië, Ingoesjetië, Dagestan, Noord-Ossetië, Karatsjaevo-Tsjerkessië, Kabardino-Balkarië, ten zuiden en ten oosten van Stavropol, zowel als de streek rond Pyatigorsk, Mineralnye Vody en langs de grens met Georgië. (…) Net zoals andere landen in Europa, is Rusland de voorbije jaren niet gespaard gebleven van terrorisme: er was de gijzelneming in het theater van Doebrovka in Moskou (oktober 2002, 129 doden), de gijzelnemingen in Beslan en Noord-Ossetië (september 2004, 331 doden), (…). In 2006 zijn er, volgens de autoriteiten, 112 terroristische aanslagen gepleegd in de Russische Federatie, waarvan 90% in de Noord-Kaukasus. (…) Al vele jaren en ondanks een zekere recente verbetering, is de Noord-Kaukasus, en in het bijzonder Tsjetsjenië, Ingoesjetië en Dagestan, het slachtoffer van een labiele en onvoorspelbare veiligheidssituatie. Er bestaat een risico op kidnapping, landmijnen, misdaden, gewapende schermutselingen. Deze zone dient vermeden te worden. (…)”

(bron: http://www.diplomatie.be/nl/travel/countrydetail.asp?COUNTRYNAMENL=RUSSISCHE%20FEDERATIE)

Ook het Nederlandse Ministerie voor Buitenlandse Zaken verstrekt reisadvies. Op hun website lezen we dd. 14 november 2008 het volgende:

"(…) In Noord-Ossetië, Kabardino-Balkarië (incl. Elbrus-regio), Karatsjajevo-Tsjerkessië worden niet-essentiële reizen ontraden, terwijl in Dagestan, Tsjetsjenië en Ingoesjetië en het zuidelijke en oostelijke grensgebied van Stavropolski Kraj met Dagestan en Tsjetsjenië alle reizen worden ontraden ofwel wordt aangeraden de betreffende gebieden te verlaten. (…) Tsjetsjenië werd jarenlang geteisterd door gewelddadige conflicten. De veiligheidssituatie is sinds 2006 verbeterd, in de buurrepublieken verslechterde de situatie echter. In deze streek loopt men risico getroffen te worden door terroristische aanslagen, ontvoering, ontploffing van landmijnen, gewapend treffen en criminele activiteiten. (…) Dreiging van terroristische aanslagen blijft actueel in de Russische Federatie. Eventueel oplaaien van geweld in Tsjetsjenië kan leiden tot verhoogd risico elders in Rusland, met name in Moskou. Terwijl de geweldssituatie in Tsjetsjenië enigszins is verbeterd, is in de buurrepublieken van Tsjetsjenië, in het bijzonder Ingoesjetië en Dagestan, een trend van toenemend geweld waar te nemen. (…)”

(Bron: http://www.minbuza.nl/nl/reizenlanden/reisadviezen,reisadvies_russische_federatie.html)

Tot zover het reisadvies voor Belgische en Nederlandse burgers. We leren er alvast uit dat de toestand in Tsjetsjenië blijkbaar lichtelijk verbeterd is maar dat het geweld in de buurrepublieken zeker toenam.

Maar wat betekent dat in de realiteit voor de mensen die er wonen? Een interessante bron is het maandelijks Engelstalige persoverzicht dat ik op mijn website publiceer. Het is een overzicht van wat er in de Russische pers verscheen over Tsjetsjenië en de Noordelijke Caucasus. De geraadpleegde kranten zijn Russische kranten. We zijn op de hoogte van de geringe persvrijheid in Rusland. Wat dus over deze regio in deze kranten verschijnt, zal dus al bij al niet de meest negatieve voorstelling van zaken zijn.

Zie: http://www.bartstaes.be/tsjetsjenie.php

Wat leren we uit dit overzicht?

Het reisadvies van de ministeries van Buitenlandse Zaken van Nederland en België is zeer zeker terecht. De voorbije maanden vielen tientallen doden. De noordelijke Caucasus blijft oorlogsgebied en wordt “bezet/gecontroleerd” door niet minder dan 30.000 soldaten, waarvan er 23.000 in Tsjetsjenië gelegerd zijn. Dat terwijl officiële Russische bronnen spreken van hoop en al 400 tot 500 “militanten/terroristen” die in de Noordelijke Caucasus actief zouden zijn. Ter vergelijking: het Verenigd Koninkrijk zet in Irak 7500 soldaten in. De Russen zetten drie keer meer soldaten in op het Tsjetsjeens grondgebied, een regio die nauwelijks groter is dan Oost-en West-Vlaanderen samen.

Binnen de Tsjetsjeense samenleving is er een clash aan de hand tussen rivaliserende clans met als triest hoogtepunt de moord in september in Moskou op Ruslan Yamadayev. Dat was een uitloper van de clanoorlog tussen de Yamadayev’s en de Kadyrov’s in april jongstleden.

Het racisme in de Russische samenleving ten aanzien van mensen afkomstig uit de Caucasus groeit aan. Er wordt actief propaganda gevoerd en in grootsteden breken er ook rassenrellen uit.

Er is toenemende radicalisering in de samenleving. De International Crisis Group(IGC) wijst op de steeds sterker wordende positie van islamitische extremistische groeperingen in de hele Caucasus en heel zeker Dagestan.

Externe waarnemers zoals Thomas Hammarberg, de Commissaris voor Mensenrechten van de Raad van Europa, spreekt van een verbeterde mensenrechtensituatie in Tsjetsjenië. Hij doet die uitspraken na een kort bezoek aan de regio en gesprekken met de Tsjetsjeense en Russische overheid. Enige terughoudendheid lijkt op zijn plaats, zeer zeker omdat ik met eigen oog ervoer hoe de autoriteiten me bij mijn eigen bezoek in juni 2003 om de tuin probeerden te leiden.


Wat is de werkelijke toestand inzake schending van mensenrechten in de regio?

Daarvoor staan ons verschillende bronnen ter beschikking. De befaamde Russische mensenrechtenorganisatie Memorial, dat mensen ter plaatse heeft brengt zeer regelmatig rapporten met een stand van zaken. Maar ook de berichten en rapporten van organisaties als Amnesty International en de International Crisis Group zijn waardevolle bronnen.


Memorial

Op 15 oktober 2008 publiceerde Memorial het rapport: “Combat on Terrorism and Human Rights in the North Caucasus”. Het beschrijft de toestand over de periode april-oktober 2008. Het rapport schetst geen al te optimistisch beeld.

1. Het aantal doden en gewonden stijgt weer:

“(…) Total in three summer months 2008 (…) 82 killed, 169 injured. (…) The summer 2007 number of casualties among Russian military officers and policemen serving in the conflict zone was given as 61 killed and 132 wounded, while the summer 2006 figures were 83 killed and 210 wounded. This undoubtedly means that in 2008 the number of fatal casualties has, sadly enough, reached the same level as it was two years ago which was the period of high activity of Basayev and Maskhadov. (…)”


2. Het toegenomen geweld in Ingoesjetië is een direct gevolg van de enorme schendingen van de mensenrechten:

The rise in the number of terrorist attacks committed against representatives of the state authorities in Ingushetia is the direct consequence of the grave violations of human rights in the course of the fight against terrorism. The arbitrariness of the security and military forces stirs up indignation of the local people. The authorities suppress all peaceful and legal protest actions. The opposition has been deprived of any opportunity to address the society and the authorities using legal democratic means.”

3. In Tsjetsjenië en Dagestan is er sinds mei 2008 opnieuw een duidelijke toename van ontvoeringen en verdwijningen:

"In the Chechen Republic, despite the claims of the authorities that comprehensive stabilization has been achieved, they are unable to fully suppress the armed underground. The totalitarian system which has in practice been introduced in the republic has met with a strong protest reaction of a significant part of the younger generation. (…) Another method of exerting pressure on relatives were arsons of the houses of the families of the fighters. Memorial Human Rights Centre has information about 17 cases of such arsons taking place during the summer of 2008. Over a number of years abductions and enforced disappearances ranked among the most widespread human rights violations in the North Caucasus region (primarily, in Chechnya and, to a lesser extent, in Ingushetia and Dagestan). In 2007 the number of instances of such crimes dropped drastically. However, since May 2008 Memorial has recorded a new rise in the number of such cases in Chechnya and Dagestan. (…) Over the previous 5 months of 2008 Memorial has recorded 8 cases of abductions in Chechnya, only one of the abducted persons has disappeared without a trace. The rest of the victims of these abductions and their family members refused to provide Memorial with any details of what happened to them in detention. This is a widespread phenomenon in Chechnya, which indicative of the level of fear penetrating the society with regard to uncontrolled arbitrariness and impunity of the security forces. “

4. In Dagestan en in de hele Noordelijke Caucasus wordt de techniek van “tijdelijke verdwijningen” gebruikt om mensen en groep onder druk te zetten. Daarbij worden mensen geslagen en gemarteld:

“In Dagestan cases of abductions and torture of local residents were mainly linked to the work of the Department for Combat of Organized Crime and the Department for Combat of Extremism and Criminal Terrorism of the Dagestan Ministry of Interior. In private conversations the officers of the above-mentioned agencies do not even attempt to conceal that they are resolved to continue "fighting terrorism" using illegal methods and violence as their means.

If before June 2007 the majority of people abducted in Dagestan would disappear without a trace, nowadays the usual situation is that the detained are discovered by their relatives within a few days of their disappearance in one of the district police departments or investigative detention facilities. By that time, the "temporarily disappeared" person would normally already have "confessed" to his involvement in terrorism-related crimes. The practice of ‘temporary disappearance’ of suspects is characteristic not only of Dagestan but of other republics of the North Caucasus. As a rule the security services try to obtain confessions from a “disappeared” person usually with application of cruel beatings an torture. “(…)

5. Sinds de zomer van 2008 worden mensen en organisaties die openlijk spreken over de schending van de mensenrechten in de noordelijke Caucasus aangevallen en vervolgd. Dit is een nieuwe tendens:

“Since summer 2008 we observe a new dangerous tendency. People and organizations who speak openly about human rights abuses in the North Caucasus are being intentionally attacked and persecuted.” (…)


Ondertussen verricht het Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg zeer goed werk.

“Over the period from April till October 9 the European Court for Human Rights has delivered decisions in 11 new cases concerning the applications from residents of Chechnya. All of these cases concerned human rights violations committed in the course of counter-terrorism operations.

Thus, the European Court has made 37 decisions in the cases of complaints from residents of the North Caucasus regions (Chechnya and Ingushetia) who suffered during the counter-terrorist operation. All decisions, accept for one, were in favor of the claimants.

In these decisions, ECHR has proclaimed Russia guilty of violating the European Convention on Human Rights and Fundamental Freedoms. ECHR has ruled that Russia was guilty of indiscriminate and disproportional application of force, abduction of people by state agents, disappearances of detainees, torture, summary executions and fatalities of civilian population as a result of explosions on landmines planted by military servicemen, destruction of property.”


6. En het rapport besluit:

“Recommendations:

Peace and stability are inseparably linked to human rights issues. A clear illustration of this obvious truth is the situation in the North Caucasus. Peace and stability there (which also includes the respect for the inalienable human rights) in the long-term perspective can be achieved only through political reform that ensures the formation of the authorities in the subjects of the Federation on the basis of the people's will. …) This political reform is not possible without an end to the suppression of the opposition and the violation of the freedom of speech. Unreasonable restrictions on holding rallies and demonstrations must be removed. An integral part of such reform must also become a real fight against corruption. However, it is clear that such policies can be implemented only if there is a political will in the Kremlin, and they should not be limited to the North Caucasus but should address all regions of Russia. Currently, the Russian federal authorities lack this political will. (…)”

(Bron: http://www.memo.ru/2008/10/27/2710082.htm )



International Crisis Group

Het op 1 november 2008 gepubliceerde maandrapport van de ICG over de maand oktober 2008 beschrijft de toestand in Tsjetsjenië als ongewijzigd. In de andere delen van de noordelijke Caucasus verslechterde de situatie:

“Situation in Ingushetia further deteriorating with steady increase in violence, growing pressure on govt institutions. Attacks on President Zyazikov, interior minister and relatives continued after Sept blood vengeance declaration by family of opposition website owner Magomed Yevloyev, who died in police custody. Russian President Medvedev 30 Oct dismissed Zyazikov, named ethnic Ingush Col. Yunus-Bek Yevkurov, former senior military intelligence officer, acting president. Targeted militant attacks on state officials saw at least 2 senior police and 2 other officials killed. At least 3 soldiers left dead after 19 Oct guerrilla ambush on army convoy near Galashki village – unconfirmed reports suggested 40 casualties. At least 10 civilians, 1 police abducted by militants 19 Oct in Ordzhonikidzevskaya. Risk of inter-ethnic tensions with Ingush political forces increasingly recalling 1992 Ossetian “genocide” against ethnic Ingush. In Dagestan, gunmen 21 Oct killed 5 police near Makhachkala. In Kabardino-Balkaria region, security forces 7 Oct killed 2 militants.” (bron: http://www.crisisgroup.org/library/documents/crisiswatch/cw_2008/cw63.pdf)

Interessant om lezen is ook het op 2 juni 2008 verschenen rapport Russian Dagestan: conflict causesover de toestand in Dagestan.

(Te vinden op: http://www.crisisgroup.org/home/index.cfm?id=5466&l=1 )

Amnesty International

Het jaarverslag 2008 van Amnesty International bevestigt de bevindingen van NGO’s als Memorial en de International Crisis Group.

1. De noordelijke Caucasus is en blijft een gevaarlijke en instabiele regio.

“The North Caucasus remained a violent and unstable region. The security situation in Ingushetia deteriorated with armed groups launching numerous attacks, often fatal, against members of law enforcement agencies. Unidentified gunmen committed numerous attacks against non-Ingush civilians, including ethnic Russians. In Chechnya sporadic fighting continued, with incursions by armed groups into the capital Grozny and other areas.”

2. Mensenrechtenactivisten en onafhankelijke journalisten worden het leven moeilijk gemaakt.

“Human rights defenders and civil society activists were subjected to harassment and intimidation. Criminal charges, such as for using unlicensed computer software or for inciting hatred, were taken out selectively against human rights defenders and independent journalists.”

3. Er werden aanhoudende schending van de mensenrechten gerapporteerd in Tsjetsjenië, Ingoesjetië, Dagestan en Noord-Ossetië.

“Federal and local law enforcement agencies operating in the region responded in an arbitrary and unlawful fashion to violent attacks by armed groups. Serious human rights violations, including enforced disappearances and abductions, arbitrary detention, torture including in unofficial places of detention, and extrajudicial executions, were reported in the Republics of Chechnya, Ingushetia, Dagestan and North Ossetia. People were convicted of crimes in cases where forced “confessions” formed part of the evidence against them. People mounted demonstrations in Ingushetia and Dagestan against disappearances and other arbitrary actions by law enforcement agencies. A rally against disappearances was banned in Chechnya’s capital, Grozny, in October. Human rights abuses, including abductions, were reportedly committed by armed groups against civilians in the region.”

4. In Tsjetsjenië blijft de toestand ernstig.

“In Chechnya the number of reported enforced disappearances and abductions decreased, compared with previous years, although cases continued to be reported. Torture and ill-treatment by Chechen law enforcement officials was reported, including in illegal and secret places of detention. During his visit to Chechnya in March, the Commissioner for Human Rights of the CoE stated that he had “the impression that torture and ill-treatment are widespread” and added that perpetrators of torture had a feeling of “utter impunity”. The European Committee for the Prevention of Torture (CPT) issued its third public statement on Chechnya in March, naming six police detention facilities where detainees were at a high risk of torture.”, alleged they were tortured into giving confessions.”

5. Blijvende straffeloosheid.

“Victims of human rights violations and their relatives were frequently afraid to submit official complaints. In some cases the victim or their lawyer was directly threatened not to pursue a complaint. Human rights groups in the region publicizing the violations and offering assistance to victims came under pressure from the authorities. Some individuals were reportedly reluctant to lodge applications at the European Court of Human Rights, because of reprisals against applicants before them.”

6. Vluchtelingen leven in zeer slechte omstandigheden en worden niet adequaat opgevangen.

“Many thousands of people remained internally displaced in the North Caucasus as a result of the second Chechen conflict. At least seven temporary accommodation centres were closed in Grozny. Some individuals were reportedly forced to leave without a guaranteed safe and sustainable return to their homes, without adequate alternative housing being offered, and without due process being followed. Reportedly some individuals were forced to sign statements that they left voluntarily. Over 18,000 people displaced by the Chechen conflict were estimated to be living in Ingushetia and Dagestan at the end of 2007, some of them living in extremely poor conditions in temporary camps. Thousands of others remained displaced in Ingushetia from the Prigorodnii district, a territory disputed with North Ossetia.”


7. Er is nog steeds sprake van martelpraktijken en de slechte behandeling van mensen.


“There were many reports of torture and ill-treatment during investigations by law enforcement officials and in places of detention. Police and investigators allegedly beat detainees, placed plastic bags or gas masks over their heads, used electroshocks and threatened them with further forms of torture and ill-treatment if they refused to admit their “guilt” and to sign a “confession”.”

8. Geweld tegen vrouwen

“Violence against women in the family was widespread. Government support for crisis centres and hotlines was totally inadequate. No measures under Russian law specifically addressed violence against women in the family.”

(Bron: http://thereport.amnesty.org/eng/regions/europe-and-central-asia/russian-federation )



Besluit

Fedasil vroeg me een overzicht te brengen van de actuele stand van zaken in Tsjetsjenië. Wie dat confict van nabij volgt weet dat het conflict zich ondertussen uitbreidde tot de hele noordelijke Caucasus.

De toestand is in deze regio bijzonder precair. Er is enorm veel geweld. De hele regio leeft onder de “bezetting” van de Russische strijdkrachten. De autoriteiten hebben de situatie zeker niet onder controle.

Mensenrechtenorganisaties en andere NGO’s rapporteren aanhoudende schending van de mensenrechten, straffeloosheid en blijvende druk op de burgerbevolking.

De Russische autoriteiten proberen er ons van te overtuigen dat de situatie is genormaliseerd. Dat is in tegenspraak met de berichten die we in Russische kranten lezen en met de vele rapporten en verslagen van onafhankelijke organisaties. Ik kan de Russen alleen maar adviseren het in 1978 door de voormalige Tsjechische president Vaclav Havel boekje te (her)lezen. Het had de toepasselijke titel: “Poging om in de waarheid te leven”.

Bart Staes

Europees Parlementslid Groen!
















GroenDe enige partij die sociaal én milieuvriendelijk is.

www.groen.be

De Groenen/EVAGroenen en Europese Vrije Alliantie in het Europees Parlement.

www.greens-efa.eu

Sympathisant, ijveraar, pertinente vraag of melding...?