Mijmeringen bij de oplossing van het hormonenconflict

Het besluit van het Europees Parlement van 13 maart 2012 om een eind te maken aan één van de grootste handelsconflicten ooit tussen de EU enerzijds en de Verenigde Staten en Canada anderzijds doet me even terugdenken aan bijna 25 jaar politieke strijd.

Fier

Tijdens die stemming dacht ik dus met enige fierheid terug aan de strijd die ik nu al bijna 25 jaar voer voor gezond voedsel, tegen de drang naar het korte termijn belang van een deel van de voedselindustrie en tegen de hebzucht van een aantal criminelen en sjoemelaars die de hele voedselsector in een slecht daglicht plaatsen.

Het handelsconflict ontstond in 1988 tengevolge van het Europese totaalverbod op het gebruik van hormonen in de veeteelt. De richtlijn die toen werd aangenomen verbood niet alleen het gebruik van hormonen in de eigen vetmesterijen maar ook een verbod op de invoer van vlees uit derde landen dat met hormonen behandeld was. Dat stootte op hevig protest van de Verenigde Staten. Samen met Canada betwistten ze het verbod in 1996 via de geschillenbeslechting van de WTO. In het verlengde daarvan kregen Canada en de VS toestemming om handelssancties op te leggen aan landbouwproducten die vanuit de EU ingevoerd werden.

Ik kwam die voorbije 25 jaar inderdaad in contact met heuse criminelen. Ze intimideerden inspecteurs, keurders, boeren en politici. En in februari 1995 vermoordden ze zelfs de gedreven dieren-arts-keurder Karel Van Noppen in Wechelderzande in de Antwerpse Kempen. Behalve initimidatie gebruiken ze ook laaghartige technieken om op korte termijn heel veel geld te winnen, vaak ten koste van de volksgezondheid van onschuldige consumenten.

Ik blik met fierheid terug op die 25 jaar politieke strijd. Het leerde me heel veel. Het leerde me vooral dat wanneer je in de politiek iets wil bereiken je hard moet studeren, je dossiers moet kennen, goede analyses moet durven maken en dan met constructieve voorstellen moet komen. Het leerde me ook dat je niet bij een eerste poging moet ophouden, maar dat je bereid moet zijn soms jarenlang op dezelfde spijker te kloppen. Net zolang tot de omstandigheden er zo bij liggen dat je gelijk krijgt en eindelijk realiseert wat je voor ogen stond.

Dit is wat ik startte in september 1988. West-Duitsland bestond nog en in Rijnland-Westfalen hadden landbouwinspecteurs 15.000 kalveren aan de ketting gelegd. Men vermoedde onwettig hormonengebruik. Iedereen was verbaasd dat de malafide vetmesters een totaal nieuw product hadden gebruikt: clenbuterol. Het had de eigenschap de verhouding vet-vlees in een rund te veranderen in de richting van meer vlees en minder vet. Ogenschijnlijk goed voor de economie (meer verkoopbaar vlees), goed voor de gezondheid (minder vet). Wat men erbij vergat was dat het product ronduit gevaarlijk was voor de volksgezondheid, zeer zeker voor zwangere vrouwen, jonge kinderen en bejaarden met een zwakkere gezondheid.

Onderzoekscommissie

Het Europees Parlement reageerde onmiddellijk en stelde een onderzoekscommissie in. Samen met toenmalig Europarlementslid Jaak Vandemeulebroucke bestudeerde ik de Belgische situatie. Drie maanden lang gingen we iedere avond de boer op. We planden vergaderingen met wetenschappers van de faculteiten Dierengeneeskunde en Farmacie van de Gentse universiteit, we spraken met met landbouwers, slagers, politiemensen en activisten.

We kwamen zeer gauw tot de vaststelling dat het illegaal gebruik van groeibevorderaars in de veeteelt zich ook in België al lang niet meer beperkte tot de klassieke geslachtshormonen. Ook in België bestond er een illegaal circuit met een hele rist aan nieuw producten. Clenbuterol, Spiropent en Ventipulmin: het werden nieuwe woorden in mijn woordenschat... Heel gauw zou blijken dat deze 'herverdelers" (minder vet, meer vlees) ook opdoken in de sport. De Oostduitse atlete Katrin Krabbe werd al betrapt in 1992. Anderen volgden: de Oezbeekse wielrenner Abdoujaparov, de Slovaakse tennisster Karol Beck, ontelbare zwemmers zoals de Amerikaanse Jessica Hardy en enkele jaren geleden nog de Spaanse wielerlegende Contador.

Toen ik net voor Kerstmis 1988 samen met Jaak Vandemeulebroucke onze eerste bevindingen wereldkundig maakte, vermoedde ik niet dat het voedseldossier voor de rest van mijn politieke carrière een kerndossier zou worden. Na de kerstvakantie vonden we in onze post (internet bestond nog niet!) heel veel brieven. Sommige getuigenissen waren anoniem, andere ondertekenden met naam en toenaam. Maar iedereen legde ons uit dat we nog maar het topje van de ijsberg hadden gezien. Enkele rijkswachters, twee verloren gelopen onderzoeksrechters en heel veel landbouwers legden ons uit wie de netwerken van de illegale verkoop van groeibevorderaars organiseerde. Het ging om geen twintig namen. Alle informatie die ons werd toegespeeld vermeldde steeds dezelfde mensen. Hoe kon dat? De hele sector kende de sjoemelaars met naam en toenaam, en toch konden deze criminelen blijkbaar ongestoord hun gang gaan.

De Hormonenmaffia

We gingen nog harder studeren en analyseren en in maart 1989 publiceerden we ons actieplan. We gaven de namen vrij van het handvol criminelen dat we omschreven als een heuse Hormonenmaffia. En we beschreven wat er moest gebeuren. Vooreerst moest de bestaande hormonenwet verstreng worden met zwaardere gevangenisstraffen en serieuze boetes. De wet was veel te zwak. Er ging geen afschrikking van uit. Op de tweede plaats wilden we dat de bestaande parketten meer moesten samenwerken. Hormonennetwerken beperkten zich al lang niet meer tot 1 parket. Zo beschreven we een netwerk dat startte in Roeselare, over Ieper en Langemark naar Alveringem. Drie parketten waren dus betrokken: Kortrijk, Ieper en Veurne. Ze werkten echter niet samen. Ieder parket vormde een eigen baronie. Daarom pleiten we voor de aanstelling van een nationale hormonenmagistraat. Tenslotte stelden we ook vast dat er ontzaglijk veel overheidsdiensten betrokken waren bij de hormonenstrijd: de politiediensten (waar een heuse politieoorlog woedde tussen de Rijkswacht en de gerechtelijke politie), het gerecht, de diensten op het ministerie van Landbouw, de diensten van het ministerie van Volksgezondheid, de douane van het departement Financiën. Diensten en mankracht genoeg: maar weerom geen coördinatie. Daarom pleitten we in maart 1989 reeds voor het samenbrengen van de diensten van Landbouw en Volksgezondheid.

De toenmalig staatssecretaris voor landbouw bestempelde onze voorstellen in het nationale Parlement als stemmingmakerij. Uiteindelijk gebeurde er niks mee. Het leek een slag in het water.

Crisissen werken louterend

Er waren drie crisissen nodig om ons plan te realiseren. De hormonenmaffia begon vanaf 1991 keurders en inspecteurs te intimideren. Een keurder werd het ziekenhuis ingeslagen. In Ingelmunster werd de wagen van een keurder in brand gestoken en in Oost-Vlaanderen schoten onbekenden met een long-rifle 's nachts doorheen de rolluiken van de privéwoning van een dierenarts. De publieke opinie reageerde verontwaardigd. Het wetsvoorstel dat onze partijgenoten in de Kamer van Volksvertegenwoordigers hadden ingediend na onze persconferentie van maart 1989 werd onder het stof vandaag gehaald. De tijd was rijp om het eerste deel van ons plan te realiseren. Op 11 juli 1994 werd de nieuwe hormonenwet van kracht met strengere gevangenisstraffen tot 5 jaar opsluiting en serieuze boetes tot 500.000 euro.

De tweede crisis was de moord op Karel van Noppen op 20 februari 1995. Ook hier consternatie en algemene weerzin. Geen 25 dagen later, op 17 maart 1995, kreeg België een nationale hormonenmagistraat die de gerechtelijke strijd tegen de hormonencriminaliteit moest coördineren en leiden. Deel 2 van ons plan werd zo gerealiseerd.

Uiteindelijk hadden we ook een derde crisis nodig om het derde deel van ons plan te realiseren. De PCB/Dioxine kippencrisis van het voorjaar van 1999 zorgde voor het verdwijnen van de toenmalige CVP uit de regering. De crisis vormde ook de aanzet voor de oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV).

De strijd om gezond voedsel liet me niet los. Samen met Vandemeulebroucke publiceerde ik in 1993 De Hormonenmaffia en in 1996 Het Vlees is Zwak. Ik was ook heel erg actief in de Europese onderzoekscommissie rond het gestuntel bij de gekke koeienziekte.

Toen ik zelf parlementslid werd in 1999 heb ik de eerste vijf jaar lang heel veel van mijn tijd gestoken in het mee herschrijven van de Europese voedselwetgeving. De dossiers waren steevast interessant en van groot maatschappelijk belang: hygiëne, pesticidengebruik, de GGO-wetgeving van 2001, de oprichting van de Europese Voedselveiligheidsautoriteit en de antibioticaresistentie door het niet juiste gebruik van diergeneesmiddelen.

De hormonenoorlog met de Verenigde Staten

Maar ook de hormonenzaak liet me niet los. De richtlijn die een totaal verbod op het gebruik van hormonen had ingesteld werd door de Verenigde Staten en Canada voor de WTO gebracht. Een panel oordeelde dat de EU over onvoldoende wetenschappelijk bewijs beschikte om met zekerheid te kunnen zeggen dat het gebruik van hormonen inderdaad schadelijk was en is voor de volksgezondheid. Ik heb toen enige tijd heel hard samengewerkt met de befaamde Engels-Amerikaanse dokter en professor Samuel Epstein. Deze gedreven wetenschapper verzamelde heel wat bewijs voor de gevaarlijke neveneffecten van het vrouwelijk geslachtshormoon oestradiol in vlees. Dat zorgt voor kanker en tumoren. Zijn baanbrekend werk werd in 2003 voorgelegd aan het expertenpanel van de WTO. Ik heb een serieus vermoeden dat dit een keerpunt was en dat dit ervoor zorgde dat het handelsconflict tussen de VS en Canada enerzijds en de EU anderzijds eindelijk een oplossing kreeg. Sindsdien werd er gezorgd voor het pragmatisch oplossen van dit handelsconflict. De stemming van vandaag is in deze een sluitstuk.

Het ggo-debat

De strijd voor gezond voedsel is nog niet afgelopen. Voor het ogenblik concentreer ik me op het ggo-debat en op de slechte werking van de Europese voedselveiligheidsautoriteit. U hoort er binnenkort meer over!

Bart Staes

GroenDe enige partij die sociaal én milieuvriendelijk is.

www.groen.be

De Groenen/EVAGroenen en Europese Vrije Alliantie in het Europees Parlement.

www.greens-efa.eu

Sympathisant, ijveraar, pertinente vraag of melding...?