Langverwachte sociale agenda maakt EU nog niet sociaal genoeg!

De Commissie komt vandaag geen moment te vroeg met haar vernieuwde Sociale Agenda. Het zou zelfs het kroonstuk van deze legislatuur moeten worden, volgens sommigen zelfs de laatste kans om invulling te geven aan het sociale Europa waar vele burgers al zo lang op wachten. De verwachtingen waren hoog gespannen, de ontgoochelingen zijn legio.

Er is vooruitgang, maar op sommige punten gaat de Commissie nog steeds niet ver genoeg. De agenda getuigt van een gebrek aan een globale visie op wat een sociaal Europa betekent. Het wordt helaas eens te meer duidelijk dat Europa in eerste instantie een interne markt is die er niet in slaagt afdoende sociale waarborgen in de economie in te bouwen.

De Sociale Agenda is een divers pakket van maatregelen met de meest uiteenlopen (sociale) onderwerpen: van een voorstel tot antidiscriminatiewetgeving, de integratie van Roma-zigeuners, een voorstel tot herziening van de richtlijn over ondernemingsraden, werkdocumenten over sociale diensten van algemeen belang, tot een mededeling over de modernisering van het onderwijs en een Groenboek over onderwijs aan migrantenkinderen.


De antidiscriminatiewetgeving

Met de Sociale Agenda lost de Commissie één van beloften, die ze al deed toen ze in 2004 aantrad, eindelijk in: een horizontale richtlijn die discriminatie op basis van religie of overtuiging, handicap, leeftijd en seksuele voorkeur moet tegengaan. Ras en geslacht zitten als discriminatiegronden niet in deze richtlijn, omdat daar al wetgeving rond bestaat.

Op vraag van verschillende parlementsleden en sociale organisaties gaat het voorstel van de Commissie even ver als de rassendiscriminatierichtlijn. Deze is niet alleen van toepassing in arbeidssituaties maar ook voor 'goederen en diensten' (bijvoorbeeld het huren van een huis), sociale bescherming, de gezondheidszorg en het onderwijs.

Nog stof tot discussie

Ik ben blij met het voorstel. Er is wel een uitzondering voor het familierecht, maar dat is acceptabel, aangezien dit niet onder de bevoegdheid van Europa valt. Brussel kan het homohuwelijk in België niet verbieden, maar het ook niet opleggen in andere landen.

Een groot minpunt van het huidige voorstel is de uitzondering voor discriminatie op grond van geloof of overtuiging in onderwijs. Moslimscholen of katholieke scholen zouden niet-moslims of niet-katholieken de toegang mogen weigeren. Dit is heel discutabel. Het biedt scholen de kans om leerlingen van een bepaalde origine te weigeren, met hun religie als excuus. Vrijheid van godsdienst is een belangrijk recht, maar de toegang tot het onderwijs ook. Dit biedt dus nog stof voor stevige discussies.

Positief is dan weer dat onder druk van enkele leden van de Groenen in het Parlement, Barroso gezwicht is en discriminatie breder aanpakt dan hij aanvankelijk van plan was. Hij wou zich beperken tot 'handicap' als discriminatiegrond.

Het verdere verloop

De Raad van ministers moet de richtlijn nog wel unaniem goedkeuren. Het Europese Parlement heeft in dit wetgevend proces een adviserende rol. Bij het tot stand komen van de richtlijn oefenden ondermeer leden van de Groenen in het Europees Parlement en sociale organisaties met succes druk uit op de Europese Commissie om de nieuwe richtlijn even ver te laten gaan als de reeds bestaande rassendiscriminatierichtlijn.

Samen met Groen! Kamerlid Meyrem Almaci, roepen we de Belgische ministers nu op er alles aan te doen deze richtlijn in de Raad van ministers voluit te steunen en binnen Europa te verdedigen, opdat in de nabije toekomst niet alleen Belgische, maar ook burgers in de 26 andere Europese lidstaten beter beschermd zijn tegen allerlei vormen van discriminatie.

Sociale diensten van algemeen belang

Groot was mijn ontgoocheling toen de Commissie vorig jaar duidelijk maakte geen aparte richtlijn voor sociale diensten (zoals kinderopvang, rusthuizen, sociale huisvestingsmaatschappij) te willen maken. De opname van een sociaal protocol en het handvest van grondrechten in het nieuwe Verdrag van Lissabon zouden volgens de Commissie voldoende gronden bieden om deze diensten te organiseren. Met een mededeling in november 2007 hoopte Barroso de discussie voorgoed te beëindigen. Maar dat was buiten de waard gerekend!

De Europese vakbonden en veel koepels van overheidsdiensten startten een campagne tegen dit besluit. Ook Commissaris Spidla was voorstander van een kaderrichtlijn voor sociale diensten van algemeen belang, maar werd toen terug gefloten door zijn collegae van de Commissie. Vandaag ligt als onderdeel van de Sociale Agenda wel een voorstel voor patiëntenrechten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg voor.

Recht van de patiënt versus solidariteit

In 2006 werd de gezondheidszorg uit de dienstenrichtlijn gehouden. Het Parlement vond dit te belangrijk om als gewone economische dienst te behandelen en vroeg aan de Commissie om hier in een afzonderlijke tekst aandacht aan te besteden.

Het voorstel dat de Commissie vandaag lanceert, wil meer rechtszekerheid bieden aan patiënten, zorgverstrekkers én de lidstaten zelf. Verder biedt de richtlijn een basis voor efficiënte samenwerking tussen de verschillende Europese gezondheidsstelsels.

Meermaals oordeelde het Hof van Justitie dat individuele patiënten het recht hebben om in het buitenland medische verzorging te zoeken en dat in eigen land vergoed te krijgen. In de praktijk blijkt dit echter niet altijd eenduidig te werken. Het Hof oordeelde overigens ook dat lidstaten het recht hebben hun eigen zorg te organiseren en te controleren.

Zoals het voorstel er nu uitziet, kan ik niet onverdeeld positief zijn. Er is ongetwijfeld nood aan meer duidelijkheid over de terugbetaling van zorg uit het buitenland. Maar de mobiliteit die de Commissie wil aanmoedigen zal er niet toe leiden dat eenieder zomaar gelijk én kwaliteitsvol zal behandeld worden. Dat is meteen mijn groot voorbehoud bij de tekst.

De marktlogica primeert

Als we het voorstel kaderen binnen de ruimere liberaliseringstrategie van de Commissie, dan dreigen begrippen als 'mobiliteit' en 'vrije keuze' de ware aard van het beestje te vermommen, namelijk de privatisering van de gezondheidszorg. Mensen die medische zorg behoeven, worden als louter consument benaderd en de vrijheid van de dienstverlener primeert. Er is ook nog zoiets als solidariteit tussen de lidstaten en dit dreigt te verwateren. De deur staat open voor een mogelijke overname van de nationale gezondheidssystemen door de markt. En dat is precies waar veel burgers bang voor zijn: de economie die het overneemt van de fundamentele rechten van de mens.


Europese ondernemingsraden

Tot slot is er in de Sociale Agenda van de Europese Commissie ook aandacht voor de Europese ondernemingsraden. Die zijn een belangrijk instrument om in grote bedrijven (met meerdere vestigingen in het buitenland) een transnationale dialoog tussen werkgevers en werknemers mogelijk te maken. Beter bestuur en op een maatschappelijk gedragen manier anticiperen op veranderingen die de globalisering met zich meebrengt, zijn hierbij de uitdagingen.

Het nieuwe voorstel wil deze ondernemingsraden in meer domeinen betrekken, waaronder ook transnationale herstructureringen. Dit is een stap in de goede richting maar de slagkracht van de ondernemingsraden blijft ondermaats en hieraan komt het nieuwe voorstel helaas niet tegemoet.

Vanuit het Europees parlement zal ik samen met de Groenen proberen nog iets te doen aan deze tekortkomingen en de Agenda van europa nog wat socialer te maken!

GroenDe enige partij die sociaal én milieuvriendelijk is.

www.groen.be

De Groenen/EVAGroenen en Europese Vrije Alliantie in het Europees Parlement.

www.greens-efa.eu

Sympathisant, ijveraar, pertinente vraag of melding...?