Kosova met recht en reden onafhankelijk

Op 17 februari jl. verklaarde het Kosovaarse Parlement eenparig — de gekozenen van de Servische minderheid bleven afwezig — dat Kosova onafhankelijk wordt. We waren erg gelukkig dat we die historische zitting konden bijwonen. De vreugde van de Albanese bevolking nadien was onbeschrijfelijk in de straten van de Kosovaarse steden en bij de Albanezen in de diaspora. Dat heel wat Serviërs hun onvrede over deze “eenzijdige” onafhankelijkheidsverklaring zouden uiten, was te verwachten. Dat het tot baldadig geweld zou leiden zoals in Belgrado, Wenen en Banja Luka valt wel te betreuren.

Omdat er soms ook negatieve stellingen geponeerd worden in onze media omtrent de onafhankelijkheid van Kosova, wil ik hiermee enkele bedenkingen formuleren.

De Albanezen, een vreemde eend in de bijt

Vooraf wil ik erop wijzen dat de Albanezen op de Balkan zowat de vreemde eend in de bijt zijn. Zij zijn geen Slavisch volk, net als de Grieken. Maar deze laatste hebben een nauwe godsdienstige band met de Serviërs en zijn daarom vaak solidair met hen. Daarenboven leven de Albanezen verdeeld over zes staten ten gevolge van grenzen die getrokken zijn na oorlogen in het verleden: Albanië, Griekenland, Macedonië, Montenegro, Servië en thans ook Kosova. Een situatie die in dezen vergelijkbaar is met die van de Koerden.

Een geschiedenis van bloed en tranen

Wie de geschiedenis van de Albanezen kent, beseft dat er meer dan voldoende redenen zijn om die onafhankelijkheid van Kosova te rechtvaardigen. Die geschiedenis is een lange lijdensweg van bloed en tranen geweest sinds 1912. Tot dan leefden zij 5 eeuwen onder Turkse bezetting. Door de Balkanoorlogen van 1912 en 1913 kwam er een einde aan die bezetting, maar werd Noord-Albanië (="Kosova)" met internationale instemming aan Servië geschonken. De Albanese bevolking werd er het slachtoffer van een drastische serviseringspolitiek, vaak gepaard gaande met gruwelijk geweld en met een enorme exodus als gevolg. Van het begin van de 20ste eeuw tot 1974 emigreerden meer dan 1,3 miljoen Albanezen uit Kosova. In dat jaar kreeg Kosova van de Joegoslavische dictator Tito het statuut van Autonome Provincie van Servië. Na Tito’s dood (1980) werd die autonomie teruggeschroefd en in 1989 werd ze door de Servische dictator Miloševiæ afgeschaft.

Tien jaar schrikbewind

Er volgde een tienjarig schrikbewind. Tot in 1999 de internationale gemeenschap ingreep met een NAVO-interventie, wat leidde tot een Servische capitulatie, waarna een internationale vredesmacht (KFOR) Kosova binnentrok op 12 juni. Als pas verkozen Europarlementslid ben ik na de bevrijding in 1999 dadelijk naar Kosova getrokken om er een stand van zaken op te maken.

De balans van de oorlog van Miloševiæ tegen Kosova was dramatisch: 11.000 doden, meer dan 3000 vermisten, honderden politieke gevangenen in Servische gevangenissen, 120.000 huizen verwoest of zwaar geteisterd… om maar de meest prangende pijnpunten te noemen. Sinds 1989 waren opnieuw meer dan 1 miljoen Albanezen Kosova ontvlucht. De unanieme boodschap die we in 1999 te horen kregen van de Albanese Kosovaren luidde: “Nooit meer in een Servische staat! Er is te veel gebeurd.”

9 jaar VN-bestuur

Kosova kreeg een VN-bestuur onder de naam UNMIK, met hulp van de Europese Unie en de NAVO. Een Interim-bestuur in afwachting van een definitieve oplossing voor het statuut van Kosova. Voor de International Crisis Group, voor het Europese Parlement, voor vele andere internationale instellingen en voor de Speciale VN-Gezant Ahtisaari kon dat enkel onafhankelijkheid betekenen. Het besef was vrij algemeen dat de Albanese Kosovaren niet meer in een Servische staat konden leven. Er was inderdaad te veel gebeurd. Kosova had meer dan voldoende redenen om zich onafhankelijk te verklaren.

Ook in rechte onafhankelijk

Of Kosova ook voldoende internationale rechtsgronden heeft om zich onafhankelijk te verklaren, wordt door sommigen in twijfel getrokken. Die onafhankelijkheidsverklaring is een politieke daad. De erkenning ervan door andere staten eveneens. Deze weg moest gevolgd worden, nadat er een veto van Rusland en China was tegen het plan-Ahtisaari in de Veiligheidsraad. Ahtisaari is bij de opstelling van zijn plan voor een onafhankelijk Kosova duidelijk uitgegaan van het internationaalrechtelijke "ultimum remedium"-principe. Dit houdt in dat afscheiding gerechtvaardigd is wanneer alle andere mogelijke oplossingen ter bescherming van de betrokken volksgroep uitgesloten of inadequaat gebleken zijn. Ook de EU-Raad baseert zijn beslissing om een EU-missie in Kosova een aantal taken van de VN tijdelijk te laten overnemen principieel op de specificiteit van de Kosovaarse kwestie. Een oplossing “sui generis” wordt het genoemd. Anderzijds betekent dit wel dat Kosova tot nader order geen lid kan zijn van de Algemene Vergadering van de VN, maar wel kan functioneren als soevereine staat, vermits al heel wat staten deze 194ste staat erkend hebben. Ook in rechte is Kosova onafhankelijk.

Een gevaarlijk precedent?

Er zijn ook mensen die de vrees uiten dat de Kosovaarse onafhankelijkheid andere volksgroepen of regio’s in Europa en elders zou kunnen inspireren om zich af te scheiden. Men verwijst dan bvb naar Catalonië, Corsica, Schotland... Dat is best mogelijk. Maar is dat niet in overeenstemming met een grondbeginsel van het VN-Handvest, dat elk volk het recht toekent om op te komen voor zijn vrijheid? Anderzijds is een onafhankelijkheidsverklaring zonder internationale erkenning in de praktijk een lege doos. Bijgevolg acht ik dergelijke scenario’s niet waarschijnlijk in de zeer nabije toekomst.

Het toekomstperspectief: Kosova en Servië in Europa

Het is nu aan de Kosovaren om die lang verhoopte zelfstandige staat levensvatbaar te maken. De uitdagingen zijn enorm: de economische situatie is verre van rooskleurig, de werkloosheidgraad bedraagt 65 %, het onderwijs is ondermaats, de infrastructuur is vaak nog erg belabberd, de energievoorzieningen blijven onvoldoende... Een statuut is een onontbeerlijke hefboom voor economische opleving. Dat statuut is nu een feit, dus moeten de Kosovaren die hefboom nu hanteren. Maar ook de EU draagt hier een grote verantwoordelijkheid. We mogen de jonge staat niet aan zijn lot overlaten. Geen betutteling, maar begeleiding en ondersteuning om een nieuwe toekomst op te bouwen. We moeten erkennen dat de toekomst van Kosova in EU-verband ligt. Net als die van Servië trouwens.

Met recht en reden onafhankelijk

De onafhankelijkheid van Kosova is op termijn de beste waarborg voor de veiligheid en stabiliteit in gans de regio. Het soevereine Kosova met Europese standaarden zal een vredestichtend voorbeeld worden voor de Zuidoost-Europese regio. Mede daarom stelden we in de aanhef dat Kosova met recht en reden onafhankelijk is.



Bart STAES

Europees Parlementslid voor GROEN!


GroenDe enige partij die sociaal én milieuvriendelijk is.

www.groen.be

De Groenen/EVAGroenen en Europese Vrije Alliantie in het Europees Parlement.

www.greens-efa.eu

Sympathisant, ijveraar, pertinente vraag of melding...?