Hoe Monsanto de keuzevrijheid van boeren inperkt en tot wanhoop drijft

De Belg Dr. Marc Van Montagu, ontvangt vandaag in de VS (samen met toplui van Monsanto en Syngenta) de zogenaamde World Food Prize, een prijs mede gesponsord door Monsanto. Het is een PR zet van een hoogtechnologische sector die in het nauw zit, wegens een gebrek aan resultaten als het gaat om het garanderen van meer voedselveiligheid. De biotechsector via de lobbypower van de Europese lobbykoepel EuropaBio (Monsanto, Dupont, Syngenta, Bayer, etc) en het Vlaams Instituut Biotechnologie (VIB) eert zijn 2 "helden". De Europese groenen lanceerden op 16 oktober Wereldvoedseldag een platform om zelf onze voedselhelden - boeren, verkopers, consumenten, koks, organisaties, cateraars, activisten enz - op een podium te zetten, in de beste traditie van Vandana Shiva en Jamie Oliver.


Genetisch gemanipuleerde gewassen (GGO's) zijn het onderwerp van hevige discussies en controverse tussen voor- en tegenstanders over het gebruik van dergelijke gewassen in ons landbouwsysteem. Iedereen heeft recht op zijn of haar eigen waarheden en heilige huisjes, en ik begrijp dat Van Montagu zijn geesteskind wil verdedigen, maar de grootste leugen die hij en de almaar uitdijende groene biotech-sector elke keer opnieuw herhalen in de hoop de publieke opinie milder te stemmen, is deze: alleen met GGO's gaan we de honger de wereld uit helpen. Het is precies omgekeerd.

Allereerst, de World Food Prize wordt gebruikt als PR instrument, ook door het Vlaams Instituut Biotechnologie (VIB) dat weldra 30 jaar biotechnologie viert, door ook Monsanto topman Fraley in Gent uit te nodigen op kosten van de belastingbetaler. Elke vorm van maatschappelijke en wetenschappelijke tegenspraak, daar fietst men, net als Van Montagu met een grote boog omheen. Het VIB wil geen tegenspraak, zo simpel is dat.

De lobbypower van de Europese lobbykoepel EuropaBio (Monsanto, Dupont, Syngenta, Bayer, etc) is gigantisch en wérkt. Europese wetgeving om GGO's van ons bord te houden staat steeds verder onder druk. Zij willen ons tegelijkertijd doen geloven dat er wetenschappelijke consensus bestaat over de veiligheid, duurzaamheid en het sociaaleconomische belang van groene biotechnologie. Quod non. Zo publiceert een groep wetenschappers uit de hele wereld, verenigd in het European Network of Scientists for Social and Environmental Responsibility dezer dagen een open brief waarin zij de zogenaamde wetenschappelijke consensus van tafel vegen.

Intussen kan Van Montagu, zonder zichzelf te ridiculiseren, her en der beweren dat bijvoorbeeld Greenpeace en groene politici, door biologische landbouw aan te prijzen, mee verantwoordelijk zijn voor honger in de wereld, daarin bijgetreden door de CEO's van agrochemische multinationals. Dat alles in naam van de zuivere en onafhankelijke wetenschap, uiteraard.

Veel wetenschappers die tegen de zogenaamde biotech-consensus in gaan en de risico's van GGO's onderzoeken en daarover publiceren, worden geridiculiseerd, verliezen hun job of krijgen persoonlijke aanvallen te verwerken (zoek het verhaal van de Amerikaan wetenschapper Chapella er maar eens op na).

Voedsel

Als het gaat om het gebruik van GGO's in de landbouw dan verschenen de laatste jaren vele gezaghebbende, internationale studies die stellen dat kleinschaliger, duurzame landbouw niet alleen veel beter in staat is de wereld te voeden, maar dat vooral ook doet zonder de natuurlijke hulpbronnen uit te putten.
De VN-rapporteur voor het recht op voedsel Olivier De Schutter stelde al meermaals vast dat agro-ecologische landbouwpraktijken veel beter zijn om de wereld te voeden. Een in september verschenen rapport van de UNCTAD zegt precies hetzelfde. Hans Herren, voorzitter van het gezaghebbende landbouwrapport IAASTD (eindrapport in 2008 door 400 experten ondersteund door 59 overheden, riep op tot heroriëntering van het huidige intensieve landbouwmodel) zei onlangs in Brussel: "Op de vraag of biologische en agro- ecologische landbouw de wereld kan voeden is het antwoord Ja. Maar het is de verkeerde vraag. De vraag moet zijn: "Voedt het huidige industriële landbouwsysteem de wereld?" Het antwoord is nee. De hoog industriële landbouw, waarvan GGO's via monoculturen als mais en soja de ultieme vorm zijn, zorgt vooral voor de productie van grondstoffen voor biobrandstoffen en veevoer.

De wereldberoemde Indiase wetenschapper en milieuactiviste Vandana Shiva illustreert deze stelling met cijfers van de FAO: de hoog-industriële landbouw produceert op wereldvlak slechts 28 procent van alle voedsel (vooral grondstoffen voor brandstof en veevoer). De landbouw van kleinschalige boeren, geënt op agro-ecologische methodes 72 procent!

In het hoofdstuk "Hungry for innovation: pathways from GM crops to agroecology" somt het Europees Milieu Agentschap (EEA) in het dit jaar verschenen rapport "Late lessons from early warnings: science, precaution, innovation" een hele reeks wetenschappelijke studies op die aantonen dat milieuvriendelijke landbouw vooral ook beter in staat is om bodemkwaliteit op peil te houden en watervoorraden niet uit te putten. Een conclusie van de EEA: "De vroege waarschuwing of misschien late les, die hier te leren valt, is dat als we de top-down, meestal technologisch georiënteerde benadering volgen, het gewenste resultaat voor voedselzekerheid niet gehaald zal worden".

Maar als Van Montagu wordt voorgelegd dat honger geen technologische kwestie is, maar een politiek en armoede vraagstuk, dan veegt hij dat met een boutade van tafel. De wetenschapper doet grote uitspraken over honger, maar kent wat dit betreft zijn wetenschappelijke basics niet. Zoals de campagne "Ik kook van woede" van 11.11.11 in een achtergronddocument schrijft: "Honger en armoede gaan hand in hand. Al in 1981 stelde de Indiase econoom en Nobelprijswinnaar Amartya Sen dat honger niets te maken heeft met voedselschaarste maar met de ongelijkheid tussen groepen."

Een te grote greep van agrochemische multinationals zoals Monsanto op de voedselsector in de wereld - hetgeen al een feit is - zullen de ongelijkheid, armoede en daarmee de honger in de wereld alleen maar doen stijgen.

Zelfmoorden

Van Montagu beweert dat wie kritisch staat tegenover GGO’s "emotioneel" is. Ik ben politicus met een zekere moraal en ethiek. Tussen 1996 en 2012 pleegden in India al ruim een kwart miljoen (!) boeren zelfmoord. Het is aangetoond dat dit samenhangt met de productie van de genetisch gemanipuleerde Bt-katoen. Monsanto commercialiseerde Bt-katoen in 1996, nam nadien stelselmatig de Indiase markt van katoenzaden over en controleert die nu voor zeker negentig procent.

Er bestaat een zuiver geografische correlatie tussen die Indiase staten waar de GGO-katoenproductie op grootschalige wijze plaatsvindt en het grootste aantal zelfmoorden. In vele Indiase regio's zijn eenvoudigweg geen andere dan Monsanto-zaden te koop. Boeren moeten die elk jaar opnieuw kopen, samen met ook steeds duurder wordende pesticiden. Ze steken zich daarvoor zwaar in de schulden. Als de oogst mislukt, belanden boeren in een uitzichtloze schuldenspiraal. Ook het risico op misoogsten wordt steeds groter, en de opbrengst van de Bt-katoen daalt al jaren. Voor de introductie van Bt-katoen lag een oogst in goede jaren op 1200 kilo per hectare, tegenwoordig op 500 kilo. Dit jaar legde een Indiaas rapport voor het Ministerie van Landbouw een directe link tussen de zelfmoord-epidemie en de afnemende opbrengsten van Bt-Katoen: "Katoenboeren zitten in een diepe crisis sinds ze massaal overstapten naar Bt-katoen". De nota is gebaseerd op de bevindingen van de "Indian Council of Agricultural Sciences" en het "Central Cotton Research Institute".

Volgens het National Crime Records Bureau (NCRB) pleegt elke 37 minuten een boer in India zelfmoord en maakten tussen 1995 en 2011 liefst 270.940 boeren een eind aan hun leven. Twintig procent hiervan komt uit de staat Maharashtra en van de negen staten waar katoen wordt geteeld, wordt in Maharashtra het meest Bt-katoen verbouwd en de meeste zelfmoorden geregistreerd.
Sinds Monsanto ook in Maharashtra de markt had overgenomen en vervolgens sinds 2002 de Bt-katoen op agressieve wijze heeft gepusht, vonden er 33,752 zelfmoorden plaats, een gemiddelde van 3750 per jaar. In de periode voor Bt- katoen was dat gemiddelde 2508, een duidelijk forse stijging, die volgens Indiase experts alles te maken heeft met de dure en falende Bt-katoen. Het is niet voor niets dat de Indiase overheid een GGO-variant van aubergine, een belangrijke voedselbron voor Indiërs, in februari 2010 een moratorium afkondigde, ondanks dat een positief advies werd afgegeven door de biotech-regulator. Eerst wil het Indiase ministerie van milieu dat de effecten en resultaten van ruim tien jaar teelt van Bt-katoen worden geëvalueerd.

En ja, ik word inderdaad emotioneel als ik lees dat het VIB en sommige journalisten gewoon glashard ontkennen dat er ook maar enig verband is tussen deze tragische en voortdurende golf van zelfmoorden en het feit dat Monsanto de markt van katoenzaden nagenoeg controleert, het feit dat dit bedrijf gigantische winsten maakt over de rug van boeren en een technologie verkoopt (Bt-katoen) die niet waarmaakt wat er is beloofd. Maar wellicht is dit voor de hogepriesters van een bepaald soort hoogtechnologische wetenschap zonder moraal enkel "collateral damage"?

Een recent verschenen rapport van het Technical Expert Committee (TEC) over GGO's in India stelde alvast dat het geen goed idee zou zijn om nieuwe veldproeven met (Bt) GGO's toe te laten totdat allerlei gaten in het overheidsbeleid rond regulering en toelating ervan, zijn aangepakt.

Beperking van keuzevrijheid

Bij kritiek op de machtsconcentratie van agro-industriële multinationals en de desastreuse gevolgen van hun praktijken voor boeren, vooral in ontwikkelingslanden, wordt er regelmatig geopperd dat die "boeren toch zelf kunnen kiezen welke zaden ze gebruiken?". Dat ze toch zelf voor GGO-gewassen kiezen. Hierbij wordt over het hoofd gezien hoe agressief agro-industriële bedrijven, waarvan Monsanto de bekendste is, te werk gaan. Door het wereldwijd opkopen van kleinere zaadbedrijven (van de VS, over Europa tot China), maar ook door prijsmanipulaties en ontoereikende informatie voor de landbouwers, wordt die vermeende keuzevrijheid steeds verder ingeperkt en ontstaat er grote afhankelijkheid van de boeren.

Om een zo sterk mogelijke marktcontrole te bekomen, kopen grote zaadmultinationals kleinere zaadbedrijven op. Drie bedrijven (Monsanto met 27%, DuPont met 17% en Syngenta met 9%) controleren liefst 53% van de wereldmarkt in zaden. Slechts tien bedrijven controleren 73% van deze markt. Zij hebben er commercieel belang bij om het keuzeaanbod en daarmee de biodiversiteit te beperken, en leunen daarbij zwaar op patenten en dus hybride of GGO-zaden.
Volgens economische theorie is een markt niet meer competitief wanneer vier bedrijven 40% van de markt bezitten. In de zadenmarkten liggen deze percentages meestal veel hoger (in India beheerst Monsanto bijvoorbeeld 90% van de katoenzadenmarkt in handen; in de VS bezitten de vier grootste zadenbedrijven - Monsanto, DuPont/Pioneer, Syngenta en Dow AgroSciences - 80% van de maïszadenmarkt en 70% van de sojabonenzadenmarkt).

Meer op microniveau worden boeren verleid om GGO-zaden te kopen met grote beloftes van verdubbelde of hogere oogsten. Een andere strategie die gebruikt wordt door zaadmultinationals, is hun zaden in eerste instantie aan zeer lage prijzen verkopen, onder de marktwaarde om daarmee kleinere zaadbedrijven uit de markt te drukken. Zo worden lokale zaadbedrijven weggeconcurreerd en boeren verleid deze zaden aan te schaffen. Hierbij wordt niet uitgelegd dat ze de zaden van GGO-gewassen niet altijd kunnen oogsten om het volgende jaar als zaadgoed te gebruiken. Ze moeten contractueel elk jaar opnieuw zaadgoed aankopen, vaak tegen stijgende prijzen. De boeren beseffen dus absoluut niet wat ze in huis halen wanneer ze Monsanto-zaden kopen. Voor hen is het namelijk de normaalste zaak van de wereld om zaden te oogsten voor het volgende jaar. Dit is hoe de natuur in elkaar zit en een principe dat boeren al honderdduizenden jaren generatie op generatie toepassen.

Grote afhankelijkheid en loze beloftes

Wanneer boeren, voornamelijk kapitaalarme boeren in ontwikkelingslanden, Monsanto-zaden of andere GGO-zaden kopen, zien zij dit als een langetermijninvestering. Ze realiseren zich dus niet dat ze het jaar daarop opnieuw zaadgoed zullen moeten kopen. Bovendien gaan de zaadprijzen vaak de hoogte in zodra de lokale zadenmarkt gemonopoliseerd is door grote zadenmultinationals. Zo komen boeren ongewild door monopolisering en ontoereikende informatie in de penibele situatie terecht dat ze niet meer vrij kunnen kiezen wat voor zaadgoed ze aankopen. Ook zijn ze afhankelijk geworden omdat ze elk jaar opnieuw GGO-zaadgoed moeten aankopen eenmaal ze daarmee zijn begonnen.

De fantastische beloftes over de voordelen van GGO-zaden worden doorgaans niet waargemaakt, in tegendeel. Talloze studies en verslagen tonen aan dat GGOs er niet in slagen oogsten significant te verhogen, plagen of onkruid op langere termijn te controleren en chemicaliën te verminderen. GGO-gewassen die ontworpen zijn om immuun te zijn tegen een bepaalde plaag, worden vaak het slachtoffer van andere plagen of de plagen en het onkruid muteren en worden immuun en extra agressief. Bovendien worden GGO-zaden in laboratoria ontworpen en zijn ze vaak niet aangepast aan specifieke regionale of klimatologische omstandigheden. Met als gevolg steeds vaker mislukte oogsten, intensivering van het gebruik van pesticiden en hoge kosten voor de boeren. Zeker in ontwikkelingslanden, waar de meeste landbouwers kapitaalarme kleine boeren zijn, heeft dit desastreuze sociaaleconomische gevolgen. Het Indiase voorbeeld is hier al genoemd.

Bedenkelijke juridische praktijken

Op de koop toe heeft Monsanto zeer bedenkelijke juridische praktijken ontwikkeld om zijn monopolie positie te verzekeren. Waarom kopen boeren die het GGO-zaad niet meer kunnen betalen niet terug gewone zaden? Buiten het feit dat de multinationale zaadbedrijven vaak een monopolie vormen, heeft Monsanto de praktijk ontwikkeld systematisch boeren juridisch aan te klagen. Dit kan doordat zij via de genetische manipulatie zaden als hun 'uitvinding' kunnen bestempelen en er een patent voor kunnen aanvragen. Zo wordt het zaad het intellectuele eigendom van het bedrijf en kan Monsanto iedereen aanklagen die zijn intellectuele eigendomsrechten schendt, namelijk Monsanto-zaden gebruikt zonder deze gekocht te hebben of zonder ze elk jaar opnieuw te kopen.

Monsanto doet dit ook en klaagt systematisch boeren aan die zaden oogsten van hun GGO-gewassen. Bovendien zijn zaden moeilijk controleerbaar in een ecosysteem. Wanneer een boer eenmaal GGO-zaden heeft aangeplant is het onvermijdbaar dat zaden daarvan in de akkergrond, op een ander veld of bij een nabijgelegen boer terecht komen. Dit heeft tot een aantal absurde rechtszaken geleid, waarbij Monsanto boeren aanklaagt omdat ze 'vrijwilligers' op hun eigendom hebben groeien, planten van GGO-zaden die onbedoeld (bv door de wind) op hun velden terechtkwamen en groeiden.

Het is dan ook onbegrijpelijk dat vele GGO-voorstanders beweren dat er geen enkele reden is om het nut van GGOs in twijfel te trekken en élke vorm van kritiek op GGOs en de toepassing ervan door grote agro-industriële bedrijven afdoen als lariekoek van sentimentele, irrationele mensen, zoals Dr. Van Montagu deze week deed in 'Reyers Laat'.

De Vlaamse filosofen Max Wildiers en Etienne Vermeersch waarschuwde jaren geleden voor het gevaarlijke samengaan van Wetenschap, Techniek en Kapitalisme (WKT). En in 1961 waarschuwde de Amerikaanse president Dwight D. Eisenhower de wereld ook al voor een te grote concentratie van macht over bepaalde technologieën, waardoor "het overheidsbeleid zelf een gijzelaar zou kunnen worden van een wetenschappelijke technologische elite". Dit is precies wat er ook in Vlaanderen aan het gebeuren is. Verzet is nodig!

GroenDe enige partij die sociaal én milieuvriendelijk is.

www.groen.be

De Groenen/EVAGroenen en Europese Vrije Alliantie in het Europees Parlement.

www.greens-efa.eu

Sympathisant, ijveraar, pertinente vraag of melding...?