Green New Deal of nog meer grijzemuizendeal?

‘Je kunt gelijk hebben, maar je moet wel gelijk krijgen’. Dat is een vaak gehoorde politieke wetmatigheid. Een andere meer scheikundige wetmatigheid stelt dat ‘onder hoge druk alles vloeibaar wordt'. Beide principes gelden steeds duidelijker voor de strijdpunten van Europese groene partijen inzake de zogenaamde ‘Green New Deal’. Het is hét groene antwoord bij uitstek op de financieel-economische crisis in 2007-2008. Zoals nu weer blijkt rond Dexia, is die crisis nog steeds in volle gang en bereikt ze nieuwe dieptepunten.

De Green New Deal is een investeringsbeleid dat de transformatie naar een koolstofarmere en duurzamere economie en samenleving mogelijk moet maken en tegelijkertijd veel nieuwe en duurzame werkgelegenheid moet opleveren. Dat gaat niet zonder slag of stoot en het vereist een heuse omslag in denken en handelen.

Het betekent investeringsprioriteiten verleggen van fossiele sectoren naar hernieuwbare energiebronnen en het verleggen van belastingen van arbeid naar consumptie en vervuiling. Het veronderstelt dat de werkelijke milieukosten van productieprocessen meegerekend worden. Het vereist een efficiënter grondstoffengebruik. En het betekent dat de financiële sector aan de ketting gelegd wordt en ten dienste gesteld aan de reële economie. Kiezen voor een groene New Deal zorgt er ook voor dat de sociale wetgeving niet afgebouwd wordt maar juist internationaler wordt. Het betekent ook kiezen voor een echte strijd tegen fraude, een eind maken aan belastingparadijzen en andere fiscale 'zwarte gaten'. Dat alles vereist ook dat er andere economische parameters gebruikt worden in plaats van het beperkte macro-economsiche relevante bruto nationaal product.

Nieuw mantra

In 2008 ondersteunden talloze economen en mensen als Ban Ki Moon, secretaris-generaal van de Verenigde Naties en Al Gore, de voormalige vicepresident van de Verenigde Staten, de groene Green New Deal agenda. Enkele citaten van beide heren: ‘Samengevat betekent dit dat 'groene groei' ons nieuwe mantra moet worden.’ Of deze: ‘Leiders overal ter wereld en met name in de Verenigde Staten en China worden er zich stilaan van bewust dat groen geen optie maar een noodzaak is, als ze hun economieën weer vlot willen krijgen en banen willen scheppen.’ En verder: ‘We dringen er bij alle regeringen op aan om groene stimuli in te voeren op het vlak van energiebesparing, hernieuwbare grondstoffen, openbaar vervoer, nieuwe intelligente elektriciteitsnetten en herbebossing, en om hun inspanningen op elkaar af te stemmen zodat de resultaten snel volgen.’

Vele andere al even wijze commentatoren schreven ‘Never waste a good crisis’. Het was hoog tijd voor structurele hervormingen en alle lichten stonden op groen. Niet dus. Als we drie jaar na 2008 één conclusie kunnen trekken is dat beleidsmakers en politici de afspraak om onder de druk van de crisis met grondige veranderingen te komen, niet waar maakten. In ‘de tijd van de struisvogel’ hoopten ze louter op aantrekkende economische groei, oplopende beurskoersen en consumentenvertrouwen. Business as usual!

Hernieuwbare energie

Waarom ging de EU uiteindelijk toch niet voor een Green New Deal? Als dingen fout lopen is het altijd nuttig om te kijken hoe geldstromen lopen. Dat deed het maandblad MO* met de excellente analyse ‘De EU worstelt met haar grote groene uitdaging’. MO* citeerde een studie van de Europese Commissie van het Directoraat-Generaal Interne Politiek, die onderzocht in hoeverre de EU-begroting vervuiling en niet-duurzame praktijken subsidieert. Het leverde enkele ontluisterende conclusies en voorbeelden op, waaruit blijkt dat de Europese Green New Deal eerder een grijzemuizendeal werd!

Slechts 2,6 procent van de Europese structuur- en cohesiefondsen – goed voor 51 miljard euro per jaar gaat naar hernieuwbare energie, terwijl meer dan 12 procent naar wegen en luchtverkeer gaat. Het spoor krijgt maar half zoveel, schoon stadstransport moet het stellen met kruimels.

Op 6 mei 2009 werd als respons op de crisis het Europese Economische Herstelplan goedgekeurd, goed voor vier miljard euro energie-investeringen. Daarvan ging 2,2 miljard euro naar nieuwe gaspijpleidingen en 1 miljard naar testinstallaties voor de opvang en opslag van koolstof (CCS). Slechts 375 miljoen euro werd uitgetrokken voor windenergie op zee. Met betrekking tot het niet-bestede restbedrag van 146 miljoen euro besliste het Europees parlement gelukkig dat dit zal dienen om energiebesparing op lokaal niveau te ondersteunen.

Een witte olifant

In maart en april 2011 –op het ogenblik dat de situatie in de kerncentrale van het Japanse Fukushima danig uit de hand liep– stelde de Europese Commissie voor om het bedrag voor kernfusie nog eens met 1,3 miljard euro op te trekken. Reden: de kosten voor de bouw van de testreactor voor kernfusie (ITER) in het Franse Cadarache liggen veel hoger dan begroot. Daarmee zou onderzoek naar kernenergie vier maal zoveel krijgen als dat naar hernieuwbare energie. Dat is opmerkelijk.

Kernfusie kan, luidens alle experten, als alles mee zit ten vroegste in 2050 bijdragen tot onze energievoorziening. Het kan ons dus niet helpen in de dramatische energie-omslag die nodig is om de klimaatdoelen van 2050 (minstens tachtig procent minder C02-uitstoot in 2050) te realiseren. Ik bezocht in mei Cadarache: er zijn al miljarden geïnvesteerd en er staat nog niet eens een centrum waar proeven worden gedaan. Een nucleaire witte olifant.

Dit zijn dus allemaal voorbeelden die ons niet direct vrolijk maken' maar gelukkig genoeg zijn er recentelijk steeds meer signalen die aantonen dat de druk van de crisis zo groot wordt dat sommige veranderingen plots wel kunnen en dat groenen het gelijk dat ze al vele jaren hebben ook zullen krijgen.

Wie niet groen is, is gek

Nu de crisis Griekenland met mokerslagen raakt, zien Griekse politici er plots het licht, letterlijk. Ze hebben zich gerealiseerd dat hun land 300 dagen per jaar zon heeft en proberen nu een massaal investeringsproject rond zonne-energie van de grond te krijgen. Met dit Helios-project – goed voor 20 miljard euro investeringen – zou men veel werkgelegenheid creëren, duurzame elektriciteit aan Duitsland leveren en het land wat minder afhankelijk maken van duurder wordende fossiele brandstoffen.

De Duitse Regering kondigde enkele maanden geleden ook het einde van de kernenergie aan. Een historische overwinning van de groenen tegen de nucleaire erfvijand. Peter Löscher, CEO van Siemens, zei hierover in Der Spiegel: ‘Fukushima gaf een gezicht aan het nucleaire restrisico. Duitsland heeft daarop met de Energiewende gereageerd. Dat heeft ook bij Siemens de dingen veranderd (...) Wij doen niet meer mee aan de bouw of financiering van kerncentrales. Dat hoofdstuk is voor ons afgesloten. (…) De politiek is de weg ingeslagen (van klimaatdoelstellingen halen zonder kernenergie) en wij gaan daar graag in mee. Siemens zal een motor van de nieuwe energievoorziening zijn. We hopen dat project mee vorm te geven en tegelijk ook de industriële meerwaarde in Duitsland te houden.’ Voor de goede orde: Löscher is CEO van Siemens en niet een actievoerder van Greenpeace.

De rol van kmo's

De Europese Commissie kwam onlangs ook met een ambitieus plan om de Europese energienetwerken te upgraden om zo de levering van de nieuwe decentrale en hernieuwbare energie beter te kunnen verwerken. Deze grote pan-Europese investeringsprojecten, die de EU minder afhankelijk maken van niet-Europese energieleveranciers, zijn precies wat de EU nodig heeft.

Duitsland leert ons ook dat kmo's een belangrijke rol spelen bij economisch herstel: ruim 70 procent van het Duitse BNP wordt door kmo's verdiend. Bovendien zit in Duitsland bijna 50 procent van al het kapitaal bij publiekrechtelijke spaarbanken en bij coöperatieve banken, die hun geld investeren in kmo's, en het geduld kunnen opbrengen om dat op lange termijn te zien renderen. Precies wat groenen al jaren voorstellen: reguleer de zakenbanken en financiële wereld veel strenger, en scheidt ze van de nutsbanken die tenminste een meerwaarde hebben voor kmo's.

In zijn State of the Union kwam Commissie-voorzitter José Manuel Barroso plots met de aankondiging van een financiële transactietaks. Terecht nam hij daarmee een jarenlang strijdpunt van groenen en ngo's over: belast de speculanten die de reële economie meer kwaad dan goed doen. Barroso zei dat zo'n jaarlijks 55 miljard euro kan opleveren.

Sociaal contract

De Europese Unie kwam 60 jaar geleden tot stand door de moedige visie van Europeanen die de Tweede Oorlog meemaakten, besloten over het nationalisme en hun eigen schaduw heen te stappen en hun Europese ideaal van samenwerking durfden verdedigen. De Europese Unie kampt nu met een gebrek aan visie en moed van Europese politici, die steeds meer terugplooien op nationalisme en populisme, en alleen het belang van de eigen navel durven verdedigen.

Nogal wat politici lijken ook het sociaal contract met hun kiezers en met de burgers te hebben opgezegd. Zo verdedigen ze de private belangen van de relatief kleine maar puissant rijke en machtige financiële sector in plaats van het algemene belang van de publieke sector. We zien dezelfde oude, griezelige reflexen overal in Europa opduiken: lopend achter de vlag, worden sociaal-economisch zwakke minderheden weggezet als (deel)oorzaak van de problemen. In tijden van oorlog is waarheid het eerste slachtoffer, in tijden van crisis is dat de onderlinge solidariteit.

Bij het bezweren van de eurocrisis en de schuldencrisis wordt politici terecht verweten dat ze geen daadkracht tonen en daarmee de crisis verergerden. Het klopt dat de bijna ineenstorting in september 2008 van het financiële systeem niet werd gebruikt om de noodzakelijke structurele hervormingen door te voeren. Sterker: de situatie is, zoals nu in volle hevigheid blijkt, wellicht nog erger dan 3 jaar geleden. Sinds 2007 werd in de hele EU ruim 4000 miljard euro geïnvesteerd aan leningen en waarborgen voor de financiële sector!

De macht van banken

Manuel Castells , een Spaanse professor Sociologie zei onlangs treffend dat "de crisis wordt gebruikt om de macht en de winst te vergroten van de financiële groepen. Alle grote banken en financiële instellingen hebben de afgelopen jaren enorme winsten geboekt. Maar nu zitten de overheden met een begrotingscrisis en hebben ze geld nodig. En nu zeggen de banken: we lenen het alleen maar als jullie de lonen matigen, mensen ontslaan, sociale voorzieningen inperken en de macht van de vakbonden doorbreken."

Het gaat heel slecht met het vertrouwen in de Europese Unie. Dit ondanks het feit dat 80 procent van de Europeanen in een grote welvaart leven, zeker in vergelijking met miljarden medemensen. Deze boodschap is misschien onaangenaam en verwarrend, maar politici moeten het lef hebben om een bijna half miljard burgers te zeggen waar het op staat. Zeggen waar het op staat is een kwestie van vertrouwen. Maar het enige wat je voortdurend in bijna elk nieuwsbericht over de crisis leest is dat de financiële markten "gerustgesteld moeten worden", dat het "vertrouwen hersteld moet worden". Zeg me: wanneer gaan we spreken over het terugwinnen van het vertrouwen van burgers?

Bart Staes

GroenDe enige partij die sociaal én milieuvriendelijk is.

www.groen.be

De Groenen/EVAGroenen en Europese Vrije Alliantie in het Europees Parlement.

www.greens-efa.eu

Sympathisant, ijveraar, pertinente vraag of melding...?