EPA's - de steppingstone van de Europese Commissie

Tegen eind 2007 moeten de onderhandelingen tussen de ACS-landen (Afrika, de Caraïben en de Stille Zuidzee) en de EU uitmonden in Economische Partnerschapsakkoorden. Deze EPA's zullen de handelspreferenties van de Lomé-akkoorden vervangen. Die laatsten hadden tot doel de economische, sociale en culturele ontwikkeling van de ACS-staten te bevorderen. Ze moesten ook een nauwe samenwerking tot stand brengen op basis van volledige gelijkheid. Dit alles moest uitmonden in een meer billijke en evenwichtige economische wereldorde. De EPA's dreigen dit ideaal te ondermijnen. De armste landen zullen bv. hun markten niet langer kunnen afschermen voor bepaalde producten en ook een voorkeursbehandeling bij de export zit er niet langer in.

De onderhandelingen op regionaal niveau zijn formeel al meer dan 2 jaar bezig. Sommige landengroepen maken vooruitgang, andere blijven struikelen over principes en uiten fundamentele bezwaren tegen de aanpak van de Europese Commissie.

COTONOU

In dit kader zijn ook de zgn. Cotonou-akkoorden belangrijk. Gesloten in Benin (23 juni 2000) zijn de belangrijkste doelstellingen van deze akkoorden de bestrijding en uiteindelijk de uitroeiing van armoede in de ACS-landen. Ze moeten leiden tot een geleidelijke integratie van deze landen in de wereldeconomie. Dat moet dan gebeuren met respect voor de duurzame ontwikkeling.

Artikel 37(4) van de Cotonou-akkoorden legde de onderhandelingspartijen op om in de loop van 2006 een stand van zaken op te maken. Daaruit kon dan blijken welke vooruitgang was geboekt, welke uitdagingen en thema's nog moesten uitgeklaard en welke verdere stappen nog nodig waren. Recent lijstte het ECDPM (European Centre for Development Policy Management) deze overzichten op in een discussietekst.

EEN GEMISTE KANS?

In navolging van dit bewuste artikel 37(4) keurde de ACS-EU Raad van Ministers deze stand goed in een 'Formeel en Omvattend Overzicht'. Deze beslissing was gebaseerd op de ervaringen van de 6 ACS-groepen. Onderling vertonen deze groepen grote verschillen. Het gaat dan onder meer over de kwaliteit van het onderhandelingsproces, maar ook over de domeinen waarover is onderhandeld en de participatiegraad van de betrokkenen.

Het lijkt er sterk op dat het maken van deze Stand van Zaken voor de betrokkenen eerder als een belemmering werd ervaren voor de lopende onderhandelingen dan als een strategisch nuttige en zinvolle oefening.

De formele conclusie was dat iedereen bereid blijft om tegen het einde van dit jaar de EPA's af te sluiten. Maar de akkoorden blijven controverse uitlokken bij de onderhandelaars zowel als bij het publiek. De akkoorden zullen de ACS-landen op hun honger laten zitten: de wereldhandel zal er niet eerlijker door worden.

WELKE PROBLEMEN ERVAREN ACS-LANDEN?

Al sinds 2002 uiten ACS-landen hun bezorgdheid over hun ongelijke positie aan de onderhandelingstafel. Ze missen vaak een degelijke (infra)structuur of netwerk, ze ontberen betrouwbare informatie, beschikken niet over juiste statistieken, enzovoort ... Hun belangen en die van de EU zijn ook niet altijd dezelfde. Daardoor leeft bij de ACS-landen angst dat de EPA's voor hen nadelig zullen uitdraaien.

Deze moeilijkheden staan amper vermeld in het Officiële Overzicht dat bovendien vooral over de inhoud van de onderhandelingen en weinig over het proces handelt.´

In de onderhandelingen zijn nochtans enkele algemene problemen te onderscheiden:

1. Ontwikkelingsdimensie

Onderhandelaars en betrokkenen uit de ACS-landen hebben ernstige twijfels over de ontwikkelingsdimensie van de EPA's. Het komt volgens hen te weinig expliciet aan bod. De Europese Commissie verwijst discussies over ontwikkelingswerk ook steevast naar de agenda van de Regional Preparatory Task Forces (RPTF). Deze Regionale Voorbereidende Werkgroepen bestaan uit vertegenwoordigers van de ACS-landen en de EU. RTPF’s bekijken welke middelen er kunnen ingezet worden om bepaalde zaken te financieren die uit de onderhandelingen zijn voortgekomen.

2. Capaciteitsproblemen

Zowel institutionele als technische obstakels bemoeilijken de onderhandelingspositie van de ACS-landen: ze beschikken over te weinig knowhow en het ontbreekt hen aan tijd, logistiek en middelen om aan capaciteitsopbouw te doen. Ze kunnen zich met andere woorden niet versterken als land.

3. Regionale integratie

Daar waar EPA's moeten bijdragen tot de regionale integratie (lees: gemeenschappelijke markt) stelt dit sommige ACS-landen juist voor problemen zoals: de Commissievoorstellen rond tariefharmonisering en liberalisering doorkruisen bestaande initiatieven van samenwerking
gebrek aan erkenning voor de geleverde inspanningen ten aanzien van de complexe en belangrijke reeds bestaande integratie
grote druk om te onderhandelen over handelsgerelateerde zaken zoals investeringen en openbare aanbestedingen terwijl zowel de regionale als nationale capaciteit hiertoe onvoldoende ontwikkeld is.

BIEDT DE COMMISSIE EEN UITWEG?

Op 23 oktober ll. bracht de Europese Commissie een mededeling (COM (2007) 635) uit over het afronden van de EPA-onderhandelingen en het waarborgen van de markttoegang voor de export uit ACS landen.

Hierin erkent de Commissie dat het afsluiten van EPA's in sommige regio's niet haalbaar is tegen eind 2007. Ze stelt de WTO-strategie inzake de toegang tot de goederenmarkt voorop als een haalbare tussenstap. Dat moet dan meteen ook een opstap zijn naar verdere EPA-onderhandelingen. De Commissie is bereid toegangsakkoorden tot de goederenmarkt af te sluiten voor deze subregio's - in afwachting van een volwaardig economisch partnerschapsakkoord.

De Europese Unie biedt in het kader van haar algemeen preferentiestelsel (APS) toegang tot haar markt, met vrijdom van douanerechten of tegen verlaagd tarief, voor een deel van de invoer uit ontwikkelingslanden of uit landen met een overgangseconomie. Aan de 49 armste landen van de wereld wordt vrijdom van douanerechten toegestaan voor hun gehele uitvoer, met uitzondering van de uitvoer van wapens. Dit principe geniet een grotere bekendheid onder de noemer Everything but Arms (EBA).

GROTE SOCIALE GEVOLGEN

Voor de ACS-landen die nog geen enkele overeenkomst sloten, zou een APS+-stelsel kunnen gelden voor de zgn. Minst Ontwikkelde Landen. Dit houdt een Everything But Arms-handelsbeleid in. Hun export naar de EU is dan vrij van taksen en quota. De andere (ontwikkelings)landen vallen automatisch onder het standaard APS-stelsel dat minder goede voorwaarden bevat dan de al eerder genoemde Lomé/Cotonou-akkoorden.

Ongeveer 70% van de Namibische bevolking is volledig of grotendeels afhankelijk van de veeteelt. De verzekerde toegang tot de EU-markt voor rundsvlees garandeert het inkomen voor de landbouwers en stelde de industrie in staat zwaar te investeren in de verdere uitbouw van de veestapel. Als Namibië deze bevoorrechte tarifering verliest zal het tot 142% van de prijs moeten betalen waardoor de hele economie dreigt ineen te klappen. Toegang tot de EU-markt voor rundvlees opent immers ook andere markten. De sociale gevolgen zullen niet te overzien zijn.

Dergelijke interimakkoorden voor toegang tot de goederenmarkt komen tegemoet aan de handelsregels die de WTO voorop stelt. Maar tegelijk schuilt een groot gevaar in deze 'steppingstone'-aanpak. De EPA's zijn in eerste instantie bedoeld om, naast een handelsovereenkomst, voldoende aandacht te schenken aan de ontwikkelingsdimensie en de noodzakelijke capaciteitsopbouw voor het Zuiden. Deze tussentijdse overeenkomsten dreigen evenwel de noodzaak voor deze tweede hoeksteen - de ontwikkelingsdimensie - te ondermijnen. Welke wettelijke druk zal er nog zijn om naast het vrijmaken van de handel ook de complexere thema's te behandelen? Maar ook: welke hefbomen resten de ACS landen die nu fundamentele bezwaren maken eens die interimakkoorden zijn afgesloten? Of is liefde blind?

Bart Staes
Europees Parlementslid voor Groen!


Wat volgt

Elk akkoord moet zowel door de ACS-landen als de EU (resp. de Raad en de 27 lidstaten) worden goedgekeurd en dat kan wel enige tijd duren.

Van 17 tot 22 november vindt in Kigali (Rwanda) de volgende EU-ACP top plaats.

De ACS-ministers van Handel stelden hun vergadering over de EPA's van 22-26 oktober uit en komen bijeen van 5 - 9 november 2007 in Brussel.

GroenDe enige partij die sociaal én milieuvriendelijk is.

www.groen.be

De Groenen/EVAGroenen en Europese Vrije Alliantie in het Europees Parlement.

www.greens-efa.eu

Sympathisant, ijveraar, pertinente vraag of melding...?