Dit is het debat dat ik wil voeren na "Wetteren"

De anti-GGO actie die gisteren plaatsvond, zorgt voor bijzonder verhitte en bij wijlen ook boze reacties. De actie van Wetteren was aangekondigd als een symbolische actie, met een minimale vernietiging van gewassen. Deze actie is totaal uit de hand gelopen. Er werd nodeloos geweld gebruikt. Dat valt te betreuren. Toch blijf ik ervan overtuigd dat symbolische acties van verzet, VOORZOVER ZE VREEDZAAM VERLOPEN, zonder meer een democratisch en legitiem middel zijn voor het uiten van een mening en voor het openbreken en aanzwengelen van een democratisch debat. Het geweld van gisteren trekt de aandacht weg van het wezenlijke debat over de zin en onzin van GGO's. Dat is het debat dat ik wil voeren.

De keuze voor GGO's versterkt de machtsconcentratie in de agrosector. Nu reeds hebben 10 bedrijven wereldwijd tweederde van de zaadmarkt in handen. Tien bedrijven hebben wereldwijd 84 procent van de agrochemicaliën in handen en 10 supermarktketens (waaronder Wall-Mart, Carrefour en Tesco) hebben 25 procent van de wereldmarkt in handen. De GGO-technologie zit in de handen van deze grote multinationale ondernemingen. En ieder wetenschappelijk onderzoek, al dan niet onafhankelijk opgestart, komt uiteindelijk onder druk van het grote geld in handen van die voedselgiganten. Het gaat om duur en hoogtechnologisch onderzoek waarbij ontzettend veel overheidsgeld en steun voor het biotechnologisch onderzoek direct of indirect naar dit soort bedrijven gaat. Er bestaat een sterke verwevenheid tussen overheid, universiteiten en industrie. En de industrie beslist al te vaak mee over de aard en de inhoud van de te financieren programma's. Er is het veel voorkomend fenomeen dat adviseurs van voedselveiligheidsagentschappen na verloop van tijd overstappen naar de voedselgiganten. Recentelijk werden meerdere mistoestanden blootgelegd in de Europese VoedselVeiligheidsAutoriteit EFSA.

Als Europees politicus neem ik in het Europees Parlement mijn verantwoordelijkheid. Gisteren kon ik dus niet zwijgen. Een politicus moet stelling nemen. Het debat moet immers ten gronde gevoerd worden. Er kunnen grofweg 7 bezwaren geuit worden tegen de keuze voor GGO's.

Vooreerst zijn er de ethisch-filosofische bezwaren . Hoe ver kan de mensheid gaan in het aanpassen van de natuur? Worden er met dit soort onderzoek niet een aantal grenzen overschreden? Kunnen we met het spelen met genen zomaar doen wat we willen of moeten we dit alles plaatsen in een bredere benadering met respect voor ons ecosysteem? Dit soort maatschappelijk debat wordt al te weinig gevoerd en toch is het van cruciaal belang.

Op de tweede plaats zijn er de opmerkingen inzake de risico's voor gezondheid en milieu . Nu worden die risico's vaak op vrij korte termijn, of middels een zeer beperkt aantal criteria ingeschat. Niet alleen de kortetermijnevaluaties maar ook de lange termijn is van belang. Kijk naar wat er gebeurde rond het niet inschatten van het gevaar van andere technologieën zoals DDT, asbest of dioxines. Het voorzorgsprincpe moet ten allen tijde gelden. Want er zijn ook vragen inzake de negatieve effecten van GGO's op de volksgezondheid. Daarover bestaat relatief weinig wetenschappelijk onderzoek. Nu al verschijnen er resultaten van onderzoek op zoogdieren die erop wijzen dat de gezondheid wordt verstoord bij het eten van GGO-voedsel. Er is de problematiek van de antibiotica-resistentie door het gebruik van zeer specifieke merkergenen. En er verschijnen steeds meer onderzoeken over het opkomen van steeds meer allergische reacties bij het eten van GGO-voedsel. GGO's zorgen ook voor een verschraling van de genetische rijkdom. Het is bewezen dat er bij GGO-teelten minder wilde planten, minder wilde vogels voorkomen.

Derde argument betreft de keuzeautonomie van de (Europese) consument . Overvloedig onderzoek toont aan dat 70 procent van de Europese burgers tegen GGO's is. Daarom strijden wij er in het EP voor dat op de voedseletiketten verplicht vermeld wordt dat de aangekochte producten GGO's bevatten.

Ook het argument dat GGO's wereldwijd zullen zorgen voor betere opbrengsten en de honger de wereld uit zullen helpen , klopt niet. Voor herbicidenresistentie is er geen tot een negatief effect op termijn (een minderopbrengst tot 5 procent in de VS) en voor insecticidenresistentie is het effect marginaal (0,2 procent per jaar).

De keuze voor GGO's zorgt ook voor afhankelijke boeren en boerinnen . De grote GGO-giganten zorgen voor een koppelverkoop van zaden en herbicides met een contractueel verbod op het gebruik van zaaizaad. Boeren moeten dus elk jaar weer de kassa's van de voedselgiganten passeren. In opkomende landen als Argentinië, Paraguay of India worden boeren eerst gelokt met goedkoop zaad maar naar verloop van tijd moeten ze hoge royalties betalen, tot 20 dollar/ton. Kleine boeren gaan overkop en hun grond wordt opgekocht door grootgrondbezitters. Boeren worden ook afhankelijk door het patentenbeleid. Internationaal geldt de regel dat er geen patenten worden genomen op levende organismes. En toch zorgden de GGO-bazen ervoor dat transgene organismes gepatenteerd worden.

GGO-landbouw is ook niet verenigbaar met biologische landbouw . Daar bestaat een nultolerantie voor de aanwezigheid van GGO's. De kruisbesmetting zorgt er vaak voor dat bioboeren niet meer kunnen telen in de buurt van GGO-teelten.

Tenslotte staat GGO-landbouw niet voor duurzame landbouw . Ze zorgt voor een versterking van de industriële landbouw die sterk afhankelijk is van kunstmeststoffen en chemische bestrijdingsmiddelen en leidt tot grootschaligheid en een afname van de biodiversiteit.

GGO's zijn dus geen oplossing. De meeropbrengsten van GGO-teelten zijn zeer twijfelachtig. De meerkost is groot en ze zijn te duur voor kleine boeren. Er zijn de risico's voor de volksgezondheid en het mlieu. Ze zijn nefast voor de biodiversiteit en ze leiden tot een grootschalige en intensieve landbouw.

Rest de vraag naar wetenschappelijk onderzoek en de zogezegde onafhankelijkheid daarvan. Wetenschap is nooit waardenvrij en de resultaten ervan dienen heel vaak andere en ruimere belangen. In deze zijn dit de belangen van een beperkt aantal giganten zoals Syngenta, Basf, Monsanto of Pioneer. Zelfs onafhankelijk onderzoek speelt op één of ander moment in het voordeel van de grote voedselgiganten. Want wetenschappelijk onderzoek wordt op het einde va de rit wel 'weggekocht' door degenen die het kunnen betalen.

De keuze voor GGO's leidt tot een landbouwmodel waar noch boeren en boerinnen, noch consumenten, noch hongerigen in de derde wereld enig voordeel zullen van ondervinden. Vandaar dat ik de uitnodiging heb aanvaard om met de wetenschappers in Gent hier op zeer korte tijd over te debatteren, hun onderzoeksvelden te bezoeken en te luisteren naar hun argumenten.

De actie in Wetteren en de commotie die hierrond ontstaat moet gekaderd worden in een veel bredere discussie waarbij het echte debat het debat is over welk soort landbouwmodel we nastreven.

Een industrieel landbouwmodel, gedomineerd door een handvol voedselgiganten? Of een model van agro-ecologie, zoals ook verdedigd door de boerenvakbond Via Campesina en experten zoals Olivier De Schutter, VN-rapporteur voor het recht op voedsel en Robert Watson, wetenschappelijk hoofdadviseur van het Britse Ministerie voor Milieu, Landbouw en Platteland? Zij ondersteunen agro-ecologie als een model waarbij er voldoende, veilig en gezond voedsel geproduceerd kan worden door landbouwers, hier en in de derde wereld, en dit in volle autonomie en met zicht op een voldoende hoog inkomen. Een landbouwmodel dat daarenboven ook zorgt voor de autonomie van consumenten die te weten kunnen komen wat er op hun bord komt en dat dit voedsel geproduceerd wordt op een veilige manier, met respect voor mens en natuur. Mijn keuze is duidelijk.

Bart Staes,
Lid EP Groen.

GroenDe enige partij die sociaal én milieuvriendelijk is.

www.groen.be

De Groenen/EVAGroenen en Europese Vrije Alliantie in het Europees Parlement.

www.greens-efa.eu

Sympathisant, ijveraar, pertinente vraag of melding...?