Verdeling landbouwsubsidies (Schriftelijke vraag E-1582/05)

Eind maart maakte de Britse overheid bekend wie welke Europese landbouwsubsidies krijgt. Uit de cijfers blijkt dat de grootste ondernemingen ook het meeste steun ontvangen.

In zijn rapport 'Spotlight on subsidies', handelend over de graansector, stelt Oxfam dat de groep van 224 grootste landbouwbedrijven in Engeland ongeveer evenveel steun krijgt als de groep van 15.181 kleinste. Het rapport stelt een plafonnering van de Europese steun voor en vraagt dat de namen van de grootste begunstigden bekend zouden worden. Het stelt voorts de vraag naar de houdbaarheid van deze subsidies gezien in het licht van de regels inzake overheidssteun voor bedrijven uit andere sectoren.

1. Erkent de Commissie dat de Europese landbouwsubsidies vooral ten goede komen aan de supergrote bedrijven en ondernemingen en in veel mindere mate worden toegekend aan andere, meer kleinschalige landbouwers? Indien ja, hoe verantwoordt zij dit? Indien neen, welke argumenten draagt zij aan om deze cijfers te ontkrachten?

2. Is de Commissie bereid om de lidstaten te verplichten cijfers vrij te geven van de grootste begunstigden van de Europese landbouwsteun? Zo ja, hoe zal zij dit voorstel uitwerken? Zo neen, welke argumenten gebruikt zij om niet op dit voorstel in te gaan?

3. Hoe verantwoordt de Commissie het gegeven dat er geen plafonnering van de steun is, in de wetenschap dat uitgerekend de grootste ondernemingen met de meeste steun gaan lopen?

4. Is de Commissie bereid zo'n plafonnering te steunen? Zo neen, waarom niet? Zo ja, welke initiatieven zullen worden genomen met het uitgespaarde geld?

5. Erkent de Commissie dat de Europese landbouwsteun aan bedrijven die zelf geen gewassen kweken of vee telen in feite weinig meer is dan reguliere overheidssteun en zal zij deze steun op Europees niveau dan ook behandelen zoals steun aan particuliere ondernemingen in andere sectoren?

***

ANTWOORD VAN COMMISSARIS FISCHER BOEL (27 juni 2005)

Het totale bedrag aan steun dat een individuele landbouwer ontvangt, verschilt historisch zeer sterk van landbouwer tot landbouwer. Het hangt af van een groot aantal factoren zoals met name de aard van de betrokken productie en de omvang van het productieapparaat.

In het kader van de voorbereiding van de in 2003 doorgevoerde hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) heeft de Commissie cijfers bekendgemaakt over de verdeling van de landbouwsteun per tranche. Deze verdeling zal door de invoering van de ontkoppeling niet fundamenteel worden gewijzigd, vooral niet wanneer voor de berekening van de bedrijfstoeslag de zogenoemde « historische » methode is gekozen (d.w.z. wanneer de berekening voor elke landbouwer afzonderlijk wordt verricht).

In deze context kunnen de vragen van het geachte Parlementslid als volgt worden beantwoord:

De ontvangen bedragen lopen uiteen door historische en technische oorzaken. Bij de hervorming van 1992 zijn de rechtstreekse betalingen ingevoerd als compensatie voor het inkomensverlies dat de landbouwers door de verlagingen van institutionele prijzen zouden lijden. Bij de hervorming van 2003 zijn de ontkoppeling en de modulatie met vrijstelling ingevoerd. De modulatie zal tot gevolg hebben dat de steun boven 5.000 euro geleidelijk wordt verlaagd. Waar de zogenoemde « regionalisatie »-methode wordt toegepast voor de ontkoppelde betalingen, zal dat eveneens een belangrijk effect hebben op de verdeling van de landbouwsteun.

Voor de begrotingsjaren 2000 en 2001 heeft de Commissie het Parlement per lidstaat indicatieve informatie verstrekt over de verdeling van de betalingen naar het bedrag van de betaling en naar bedrijfstype. Op grond van artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2390/1999 moet de Commissie ervoor zorgen dat de informatie die de lidstaten haar in de vorm van computerbestanden verstrekken, vertrouwelijk blijft en veilig wordt bewaard. Bijgevolg kan de Commissie de namen van de begunstigden van de betalingen niet meedelen. Alleen de lidstaat kan tot een dergelijke bekendmaking besluiten en de Commissie constateert dat verscheidene lidstaten, waaronder het door het geachte Parlementslid genoemde land, dat hebben gedaan.

In het kader van Agenda 2000 en ook bij het opmaken van de tussenbalans in 2002 heeft de Commissie voorgesteld een plafonnering van de steun in te voeren. In de Raad kon daar echter geen meerderheid voor worden gevonden. Met name de lidstaten of regio’s waar de landbouwstructuur door de historische ontwikkeling grootschalig is, hebben dat voorstel niet gesteund.

Zoals gezegd in punt (3), heeft de Commissie reeds aangegeven voorstander van een plafonnering van de steun te zijn.

GroenDe enige partij die sociaal én milieuvriendelijk is.

www.groen.be

De Groenen/EVAGroenen en Europese Vrije Alliantie in het Europees Parlement.

www.greens-efa.eu

Sympathisant, ijveraar, pertinente vraag of melding...?