Steun voor het initiatief Yasuní/ITT - Schriftelijke Vraag E 2274/09

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2274/09

van Gabriela Cretu (PSE) en Bart Staes (Verts/ALE)

Het nationale park Yasuní staat bekend om zijn rijke en unieke biodiversiteit en is onderdeel geworden van het wereldwijde netwerk van biosfeerreservaten van UNESCO vanwege zijn ecologisch en cultureel belang. Dit gebied bestrijkt tevens het territorium van de inheemse Waorani-gemeenschap en enkele van de laatste inheemse stammen die nog vrijwillig in afzondering leven.

Op 5 juni 2007 heeft president Rafael Correa verklaard dat het de eerste optie van de regering was om het olieveld Ishipingo-Tambococha-Tiputini (ITT) in het nationale park Yasuní niet te exploiteren. Hij heeft de internationale gemeenschap het initiatief Yasuní/ITT gepresenteerd. Met decreet nr. 1572 van 5 februari 2009 is een onbepaald tijdsbestek voor het initiatief vastgesteld.

Het Ecuadoraanse voorstel bestaat uit de uitgifte van Yasuní Garantiecertificaten (CGY) die binnen het emissiehandelssysteem zal worden erkend als uitzonderingsprocedure. Dit systeem is opgericht voor regeringen om te voldoen aan het Kyoto-protocol.

Wat is het standpunt van de Commissie ten aanzien van het voorstel van de Ecuadoraanse regering?

Hoe heeft de Commissie gereageerd op de vraag om internationale hulp van de Ecuadoraanse regering? Welke compromissen heeft de Commissie aanvaard of zal de Commissie in de nabije toekomst aanvaarden om ervoor te zorgen dat dit voorstel om het olieveld niet te exploiteren wordt verwezenlijkt en de inheemse stammen en de natuur in het nationale park Yasuní zo goed mogelijk worden beschermd?


***

ANTWOORD VAN COMMISSARIS FERRERO-WALDNER (op 22 juni 2009)

Zoals reeds uitgelegd aan diverse Parlementsleden, volgt de Commissie het Yasuni-project op de voet en heeft zij diverse malen haar tevredenheid uitgesproken over de bereidheid van Ecuador nieuwe wegen te bewandelen om de met elkaar verband houdende problemen van de klimaatverandering en de vrijwaring van de biodiversiteit aan te pakken en tegelijkertijd de belangen van de inheemse stammen te beschermen. Van meet af aan heeft de Commissie gedetailleerde belangstelling getoond voor het Yasuni-voorstel en na de goedkeuring van decreet nr. 1572 van 9 februari 2009 heeft de Commissie haar politieke steun voor dit initiatief opnieuw bevestigd. Helaas bieden de huidige financiële instrumenten en uitvoeringsmechanismen waarover de Commissie in het kader van haar programma’s voor ontwikkelingssamenwerking beschikt, geen adequaat kader voor het toewijzen van middelen voor deelname aan dit initiatief.

Zoals het geachte Parlementslid in zijn vraag aanhaalt, bestaat het nieuwe voorstel om middelen te verzamelen erin Yasuni-garantiecertificaten uit te geven die in het kader van het mechanisme voor de ontwikkeling van schone energie volgens het Kyoto-protocol en later in het kader van de Europese emissiehandelsregeling in de handel kunnen worden gebracht. Het mechanisme voor de ontwikkeling van schone energie volgens het Kyoto-protocol stelt de industrielanden in staat een deel van hun emissiereductieverplichtingen na te komen door steun te verlenen aan projecten voor emissiereductie in andere landen en de aldus bereikte reducties tot de hunne te rekenen. Voor zover de Commissie bekend is, bestaan er echter nog geen beproefde methoden voor projecten die koolstofemissie vermijden door olievoorraden niet te exploiteren, hoewel dit de Ecuadoraanse autoriteiten natuurlijk niet belet in dit verband een nieuwe methode ter goedkeuring voor te leggen aan de raad van bestuur van het mechanisme voor de ontwikkeling van schone energie volgens het Kyoto-protocol. Het is de Commissie bekend dat het Duitse agentschap voor ontwikkelingssamenwerking (Gesellschaft für technische Zusammenarbeit - GTZ) steun verleent aan onderzoek op dit punt.

De EU is voorstander van een internationaal overeengekomen aansporingsbeleid om ontbossing en aantasting van bossen in de ontwikkelingslanden tegen te gaan als onderdeel van de toekomstige overeenkomst van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering voor de periode 2013-2020. In haar mededeling van oktober 2008 “De uitdagingen van ontbossing en aantasting van bossen aangaan om de klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit aan te pakken”[1] heeft de Commissie voorgesteld om in het kader van de internationale onderhandelingen inzake klimaatverandering te streven naar een Wereldwijd boskoolstofmechanisme. Hiermede zouden ontwikkelingslanden worden beloond voor emissiereducties die worden bereikt door maatregelen tegen ontbossing en aantasting van bossen.

Opname van bossen in de koolstofmarkten zal evenwel slechts een realistische optie zijn als een aantal voorafgaande voorwaarden is vervuld. Vooreerst moet er een internationale overeenkomst komen met ambitieuze verbintenissen tot emissiereductie op de middellange termijn. Deze overeenkomst is nodig om een voldoende grote vraag naar emissiereductiecredits te creëren, zodat wordt vermeden dat reductie van de ontbossing en reductie van koolstofemissie tegen elkaar worden afgewogen. Ten tweede is, zoals bij de bebossings- en de herbebossingsprojecten in het kader van het mechanisme voor de ontwikkeling van schone energie volgens het Kyoto-protocol, een degelijk toezicht op de extra impact van de verminderde ontbossing op de koolstofemissie noodzakelijk en moet een onafhankelijke verificatie worden uitgevoerd. Ten derde moet er een oplossing worden gevonden voor kwesties als de duurzaamheid van de credits uit de bosbouw en de aansprakelijkheid.

In haar mededeling wees de Commissie er ook op dat, afhankelijk van de vervulling van de genoemde voorwaarden, op korte termijn een proeffase zou kunnen worden overwogen om de regeringen in de gelegenheid te stellen gebruik te maken van deze emissiereducties uit ontbossing en aantasting van bossen om hun emissiereductiedoelstelling voor de periode na 2012 te helpen bereiken. Ten slotte mag de opname van credits uit de bosbouw in de Europese emissiehandelsregeling pas worden overwogen nadat het gebruik van ontbossingscredits met het oog op de naleving door regeringen van de door hen aangegane verbintenissen grondig is beoordeeld; dit zou in elk geval pas na 2020 kunnen worden ingevoerd.






[1] COM(2008) 645 definitief.

GroenDe enige partij die sociaal én milieuvriendelijk is.

www.groen.be

De Groenen/EVAGroenen en Europese Vrije Alliantie in het Europees Parlement.

www.greens-efa.eu

Sympathisant, ijveraar, pertinente vraag of melding...?