Onduidelijkheid over de financiering van de Bonn-verklaring en klimaatgerelateerde ontwikkelingshulp - schriftelijke vraag E-6396/09

Ontwikkelingslanden worden het hardst getroffen door de gevolgen van de klimaatverandering. Ze worden bedreigd door een verhoogd risico op natuurrampen, overstromingen en langdurige periodes van droogte.

De impact van de klimaatopwarming op hun landbouw, gezondheid, watervoorziening, biodiversiteit en infrastructuur vormen een bedreiging voor hun ontwikkelingskansen. Gelet op de grote wederzijdse beïnvloeding, dienen zowel het ontwikkelingsbeleid, het klimaatbeleid als het energiebeleid op elkaar afgestemd te worden. In samenwerking met enkele andere industrielanden heeft de EU in de Bonn-verklaring in 2001 verklaard om tussen 2005 en 2008 jaarlijks 450 miljoen euro vrij te maken voor klimaatgerelateerde Ontwikkelingssamenwerking. Volgens het BBC World Service investigation is slechts iets meer dan de helft van dat geld ooit gestort in de hiervoor bestemde VN-fondsen. De geïndustrialiseerde landen beweren nooit van plan geweest te zijn dit het geld in dergelijke fondsen te steken maar te werken op bilaterale en multilaterale wijze. Er heerst dus grote onduidelijkheid over deze verklaring en dit heeft geleid tot wantrouwen tussen geïndustrialiseerde en ontwikkelingslanden. Bovendien is het in de praktijk zeer moeilijk om erachter te komen of de ontwikkelingsprojecten waarin men investeert klimaatgerelateerd zijn. Er zijn hier geen gestandaardiseerde methoden voor en de rapportering ervan wordt gereduceerd tot het zoeken naar klimaataanrekenbare projectonderdelen binnen traditionele ontwikkelingsactiviteiten.

1. Is de Commissie op de hoogte van de problematiek rond de uitvoering van de Bonn-verklaring en klopt het dat men zich voor 450 miljoen euro geëngageerd heeft terwijl slechts de helft van deze som aan de VN is overgemaakt? Kan de Commissie mij een overzicht bezorgen van de projecten die tussen 2005 en 2008 overeenkomstig de Bonn-verklaring zijn gerealiseerd?

2. Gaat de Commissie ermee akkoord dat er meer transparantie nodig is om een krachtdadig ontwikkelingsbeleid dat tegen de klimaatverandering strijdt te voeren?

3. Is er geen behoefte aan duidelijke gestandaardiseerde criteria om ontwikkelingsprojecten ook als klimaatgerelateerd te classificeren? Is de Commissie van plan deze op te stellen?

***

ANTWOORD VAN COMMISSARIS HEDEGAARD (op 2 maart 2010)

De verklaring van Bonn van 2001 is een politieke verklaring betreffende financiële steun aan ontwikkelingslanden, verstrekt door de Europese Gemeenschap en haar lidstaten (15 op dat moment), Canada, IJsland, Nieuw-Zeeland, Noorwegen en Zwitserland. In deze verklaring werd een collectieve verbintenis aangegaan om tegen 2005 jaarlijks 410 miljoen dollar uit te trekken voor financiële steun aan ontwikkelingslanden in verband met de klimaatverandering.


Er werd geen belofte gedaan dat een welbepaald deel van dit bedrag in de door de Verenigde Naties (VN) opgerichte fondsen zou worden gestort. Er werd overeengekomen dat de in aanmerking te nemen financiële steun kon bestaan uit:

— bijdragen voor klimaatverandering-gerelateerde activiteiten van het Wereldmilieufonds;

— bilaterale en multilaterale financiering, bovenop het huidige financieringsvolume;

— betalingen ter stijving van het speciale fonds klimaatverandering, het aanpassingsfonds in het kader van het Protocol van Kyoto en het fonds voor de minst ontwikkelde landen;

— middelen afkomstig van aandelen in de opbrengst van het Mechanisme voor schone ontwikkeling, vanaf het moment van inwerkingtreding van het Protocol van Kyoto.


Sinds 2001 heeft de EU haar klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden opgevoerd. De inspanningen op het politieke vlak worden weerspiegeld in de ontwikkelingssamenwerking tussen de EU en derde landen. Een onderzoek van de EG-portefeuille in 2008 toont aan dat de verbintenissen voor klimaatgerelateerde interventies sinds 2002 zijn toegenomen en inmiddels meer dan 1,7 miljard euro bedragen. Hieruit blijkt dat klimaatverandering al grotendeels in ontwikkelingssamenwerking is geïntegreerd. Deze integratie zal in de komende jaren een prioriteit blijven, om te garanderen dat de ontwikkelingssamenwerking van de Unie in toenemende mate duurzaam wordt.

Het is echter belangrijk erop te wijzen dat dit cijfer enkel verband houdt met datgene wat door de Commissie beheerd wordt, en geen rekening houdt met alle klimaatgerelateerde financiële steun verstrekt door zowel de 15 lidstaten als Canada, IJsland, Nieuw-Zeeland, Noorwegen en Zwitserland, die zich allemaal bij de verklaring van Bonn hebben aangesloten. De Commissie is van mening dat de verbintenissen die in de verklaring van Bonn werden aangegaan, ruimschoots zijn nagekomen. De Commissie betreurt evenwel dat er geen gedetailleerd overzicht kan worden verstrekt omdat de gegevens niet op systematische wijze werden verzameld.

De Commissie gaat er dan ook volledig mee akkoord dat in de toekomst meer transparantie nodig is betreffende de verschafte financiële steun. De EU is 's werelds belangrijkste verstrekker van officiële ontwikkelingshulp, goed voor 48,6 miljard euro in 2008, ofwel 60 % van het mondiale totaal. Klimaatverandering betekent een zware bijkomende last voor de ontwikkelingslanden. Financiering van de aanpassing aan klimaatverandering en de beperking van de gevolgen ervan moet niet ten koste gaan van armoedebestrijding in deze landen. Er is behoefte aan duidelijke richtsnoeren voor rapportage en toezicht, die na de verklaring van Bonn echter nooit werden vastgesteld.

Bijgevolg heeft de Commissie in haar mededeling „Meer internationale middelen om de strijd tegen klimaatverandering te financieren: Een Europese blauwdruk voor de overeenkomst van Kopenhagen”(1) benadrukt dat het tot stand brengen van een volledig transparant rapportagemechanisme van alle publieke geldstromen naar en de uiteindelijke aanwending ervan in de ontwikkelingslanden cruciaal is. Dit werd besproken in de Europese Raad, die op 29 en 30 oktober 2009 besloot dat een alomvattende reeks statistieken voor klimaatfinanciering en de ondersteuning daarvan moet worden opgesteld; daarbij moet bij voorkeur worden voortgebouwd op bestaande rapportagemechanismen zoals het OESO-DAC-systeem (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling — Commissie voor ontwikkelingshulp) voor het toezicht op financiële stromen naar ontwikkelingslanden, inclusief officiële ontwikkelingshulp, op basis van een duidelijk engagement van de ontwikkelingslanden. De statistieken moeten volstrekt consistent en transparant zijn; alleen dan kunnen zij worden gebruikt om na te gaan of er geen risico bestaat dat fondsen worden afgewend van inspanningen inzake armoedebestrijding en de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen. De Commissie steunt het werk van de OESO-DAC op dit gebied. Zij heeft bijgedragen tot de recente opneming in het DAC-informatiesysteem van een score voor aanpassing aan de klimaatverandering, naast de reeds bestaande score voor beperking van de gevolgen ervan. Deze inspanningen zullen bijdragen tot een verbeterde rapportage over klimaatgerelateerde steun.

(1) COM(2009) 475 def.

GroenDe enige partij die sociaal én milieuvriendelijk is.

www.groen.be

De Groenen/EVAGroenen en Europese Vrije Alliantie in het Europees Parlement.

www.greens-efa.eu

Sympathisant, ijveraar, pertinente vraag of melding...?