Luchtkwaliteit, klimaatverandering en bescherming van de ozonlaag: de Commissie onderneemt gerechtelijke stappen tegen zes lidstaten, waaronder België

De Europese Commissie heeft gerechtelijke stappen ondernomen om de luchtkwaliteit in Europa te verbeteren, de klimaatverandering aan te pakken en de ozonlaag te beschermen door een inbreukprocedure in te leiden tegen Griekenland, Ierland, Oostenrijk, België, Finland en Duitsland. De Commissie is bezorgd dat deze lidstaten bepaalde EU-wetten inzake emissies in de lucht niet correct hebben toegepast. Griekenland wordt voor het Europees Hof van Justitie gedaagd omdat het een EU-wet inzake de bestrijding van luchtvervuiling door industriële installaties en een krachtcentrale in Linoperamata in Kreta niet correct heeft nageleefd. Ierland wordt voor het Europees Hof van Justitie gedaagd omdat het geen meetgegevens heeft doorgegeven inzake de uitstoot van koolstofdioxide door auto's. Oostenrijk wordt voor het Europees Hof van Justitie gedaagd omdat het zijn nationale wetgeving inzake grote stookinstallaties niet in overeenstemming heeft gebracht met de richtlijn betreffende grote stookinstallaties. Ierland en Duitsland krijgen met redenen omklede adviezen (laatste schriftelijke waarschuwingen) wegens niet-leving van de rapportageplicht over het gebruik van materialen die de ozonlaag aantasten, zoals wordt voorgeschreven door de ozonverordening. Griekenland, België en Finland krijgen met redenen omklede adviezen omdat zij geen volledige omzettingsmaatregelen hebben medegedeeld voor wijzigingen in de richtlijn betreffende inwendige verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines (voor Finland heeft dit enkel betrekking op de provincie Åland). Met redenen omklede adviezen vormen de tweede fase van de inbreukprocedure uit hoofde van artikel 226 van het EG-Verdrag. Als er binnen de twee maanden geen aanvaardbaar antwoord volgt, kan de Commissie besluiten de zaak aanhangig te maken bij het Hof van Justitie.

Als commentaar op de besluiten, zei Milieucommissaris Margot Wallström: "Luchtvervuiling is een ernstig lokaal, regionaal, nationaal en wereldwijd probleem. De Commissie is vastbesloten de kwaliteit van de lucht in Europa te verbeteren door klimaatverandering aan te pakken en de ozonlaag te beschermen. Als lidstaten zich aan de milieuwetgeving willen houden, moeten ze deze wetgeving omzetten in hun nationale wetgeving en hun bestuurlijke praktijken dienovereenkomstig aanpassen."

EU-wetten inzake luchtkwaliteit, klimaatverandering en de ozonlaag

EU-wetgeving probeert op dit gebied de volgende doelstellingen te verwezenlijken:

bestrijding van luchtvervuiling door industriële installlaties;

verplichte invoering van systemen om de gemiddelde specifieke uitstoot van koolstofdioxide door nieuwe personenauto's te bewaken;

beperking van luchtvervuilende emissies van grote stookinstallaties;

aanpassing van de beperkingen op de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige verbrandingsmotoren in niet voor de weg bestemde mobiele machines;

verplichte indiening van rapporten met informatie over maatregelen inzake het gebruik van materialen die de ozonlaag aantasten.
Inadequate teuitvoerlegging betekent dat burgers niet de garantie krijgen van de hoge bescherming die deze EU-wetten beloven of waaraan ze internationaal bijdragen. Met als gevolg dat burgers blootgesteld worden aan grotere gezondheidsrisico's door slechte luchtkwaliteit.

De bestrijding van luchtvervuiling door industriële installaties.

In 1984 keurde de EU een richtlijn goed inzake de luchtvervuiling van industriële inrichtingen(1). De Richtlijn heeft tot doel industriële luchtverontreiniging tegen te gaan door een systeem van voorafgaande vergunningen en door het verbeteren van bestaande installaties volgens het principe van de "beste beschikbare technologie die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengt" (BBTGOHK). Het besluit om Griekenland voor het Hof van Justitie te dagen, volgt op een onderzoek van een klacht tegen een krachtcentrale in Linoperamata, Kreta. Griekenland heeft al 15 jaar geen adequate maatregelen genomen om de installaties geleidelijk aan te passen volgens de principes van BBTGOHK. Griekenland heeft er ook niet voor gezorgd dat de centrale minder schadelijk is voor het milieu, met als resultaat dat de verontreinigende emissies hoger zijn dan nodig.

Grote stookinstallaties

De richtlijn inzake grote stookinstallaties(2) heeft tot doel luchtverontreiniging door grote stookinstallaties te beperken, onder andere door het opstellen van programma's ter vermindering van de luchtvervuiling en door het opleggen van strengere emissiegrenswaarden. De Oostenrijkse wetgeving is in dat opzicht ontoereikend. Deze wetgeving bevat bijvoorbeeld uitzonderingen op de definitie van een "meerbrandstoffeneenheid" voor traditionele brandstoffen, die niet in de richtlijn zijn opgenomen. Bovendien werd het belangrijk onderscheid tussen een "nieuwe installatie" en een "bestaande installatie" niet gemaakt, wat volgens de richtlijn wel verplicht is. Tenslotte is de definitie van de grenswaarden voor de uitstoot van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stof te algemeen en zijn de grenswaarden voor de uitstoot van distillatieresiduen niet vastgesteld.

Uitstoot door verbrandingsmotoren van niet voor de weg bestemde mobiele machines

De richtlijn inzake de uitstoot van gassen en deeltjes door inwendige verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines diende ten uitvoer te zijn gelegd vóór 30 juni 2002.(3) Met deze richtlijn worden de emissiebeperkingen aangepast aan de technische vooruitgang die werd geboekt. Griekenland, België en Finland (provincie Åland) hebben de Commissie nog niet in kennis gesteld van de omzettingsmaatregelen die ze hebben uitgevoerd.

Bewaken van de gemiddelde CO2-uitstoot door nieuwe personenauto's

In 2000 heeft de EU een systeem goedgekeurd ter bewaking van de uitstoot van CO2 door nieuwe personenauto's(4). Dit verplicht de lidstaten jaarlijks meetinformatie aan de Commissie te zenden in het kader van de communautaire strategie om de uistoot van CO2 door nieuwe personenauto's te verminderen, waarmee de klimaatverandering wordt aangepast. De termijn voor de indiening van het informatieverslag was 1 juli 2001. Terwijl andere lidstaten de meetgegevens hebben verstrekt, heeft Ierland dit nog niet gedaan, vandaar het besluit de zaak voor het Hof van Justitie te brengen.

Bescherming van de ozonlaag

De beschikking betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen(5) heeft tot doel het gebruik van materialen die de stratosferische ozon - het schild dat de aarde tegen schadelijke zonnestralen beschermt - afbreekt, te beperken en uieindelijk te verbieden. De beschikking verplicht de lidstaten informatie door te geven over de maatregelen die genomen zijn om de terugwinning, het herbruik, de ontginning en de vernietiging van gecontroleerde materialen zoals CFK's, HCFK's, halonen en methylbromide te bevorderen. De lidstaten moeten ook gegevens verstrekken over de maatregelen die zij hebben genomen om de organisaties en gebruikers verantwoordelijk te maken voor de uitvoering van deze activiteiten. Ze moeten aantonen welke stappen ze ondernomen hebben om lekkage van gecontroleerde materialen te voorkomen en er zijn andere specifieke voorschriften om de lekkage van methylbromide zoveel mogelijk te beperken. Bovendien schrijft de beschikking de lidstaten voor andere rapportagevoorschriften na te leven, ondermeer het verschaffen van informatie over jaarlijkse lekkagecontroles (voor uitrustingen met meer dan 3 kg aan ozonaantastende materialen) en het indienen van informatie over de minimum-kwalificatievoorschriften voor alle betrokken personeelsleden, alsook het mededelen van gedetaillleerde gegevens over de hoeveelheden gecontroleerde substanties die werden teruggewonnen, hergebruikt, geregenereerd of vernietigd. Ierland en Duitsland moeten nog aan deze rapportageplicht voldoen en de Commissie heeft daarom besloten een met redenen omkleed advies aan deze twee lidstaten te zenden.

Gerechtelijke procedure

Artikel 226 van het EG-Verdrag geeft de Commissie de bevoegdheid om gerechtelijke stappen te ondernemen tegen een lidstaat die zijn verplichtingen niet nakomt.

Als de Commissie van oordeel is dat er een inbreuk kan zijn gepleegd op het Gemeenschapsrecht die de inleiding van een inbreukprocedure rechtvaardigt, stuurt zij een schriftelijke aanmaning aan de betreffende lidstaat met het verzoek zijn opmerkingen tegen een bepaalde datum mede te delen, meestal binnen een periode van twee maanden.

In het licht van het antwoord of van de afwezigheid daarvan door de betreffende lidstaat, kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies (laatste schriftelijke aanmaning) aan de lidstaat te zenden. In dit advies worden de redenen waarom de Commissie van mening is dat er een inbreuk gepleegd is op het Gemeenschapsrecht duidelijk en definitief uiteengezet en wordt de lidstaat binnen een bepaalde termijn van meestal twee maanden zijn verplichtingen na te komen.

Als de lidstaat geen gevolg geeft aan het met redenen omkleed advies, kan de Commissie de zaak voor het Europees Hof van Justitie brengen.

Artikel 228 van het Verdrag geeft de Commissie de bevoegdheid om op te treden tegen een lidstaat die een eerder arrest van het Europees Hof van Justitie niet naleeft. Het artikel biedt de Commissie ook de mogelijkheid om het Hof te verzoeken de betreffende lidstaat een boete op te leggen.

GroenDe enige partij die sociaal én milieuvriendelijk is.

www.groen.be

De Groenen/EVAGroenen en Europese Vrije Alliantie in het Europees Parlement.

www.greens-efa.eu

Sympathisant, ijveraar, pertinente vraag of melding...?