Michiel Debackere zorgde voor zeer onprofessionele getuigenis op assisenproces Karel Van Noppen

Op het assisenproces Karel Van Noppen beweerde professor-emiritus Michiel Debackere eens te meer dat het totaal-verbod op het gebruik van hormonen in Europe er de directe oorzaak van is dat er in de EU een vorm van georganiseerde hormonencriminaliteit ontstond. Debackere beweert nu al bijna twintig jaar lang dat het Amerikaanse systeem waarbij het gebruik van drie lichaamseigen en twee lichaamsvreemde geslachtshormonen wettelijk is toegestaan absoluut onschadelijk is voor de volksgezondheid. Debackere gaat zelfs zover de moord op Karel Van Noppen onrechtstreeks in de schoenen te schuiven van “politici die liever meededen aan de hormonenhetze”.



Ik ben dus één van die politici die volgens Debackere mede verantwoordelijk zijn voor de moord op Karel Van Noppen en de aanslagen op de vele dierenartsen-keurders. Samen met Jaak Vandemeulebroucke schreef ik “De Hormonenmaffia” en “Het vlees is zwak”. Hieronder vindt u een aantal argumenten die aantonen dat Debackere heel selectief en op een onwetenschappelijke manier tot zijn stelling komt. Htre is onaanvaardbaar dat professor Debackere op een onwetenschappelijke manier de jury probeert te beïnvloeden. Debackere rept met geen woord over de meest recente stand van zaken inzake het wetenschappelijk onderzoek naar de schadelijkheid van het gebruik van hormonenen steunt zich voor zijn stellingen op onderzoek dat bijna twintig jaar oud is.



Hierbij volgt een antwoord op de beweringen van Debackere:



1. Het totaal-verbod op het gebruik van hormonen in de veeteelt in de Europese Unie zorgde ervoor dat er een soort “hormonenmaffia” ontstond. Men had beter de vijf in de Verenigde Staten toegestane hormonen ook in de EU toegelaten.



Deze stelling betekent impliciet dat het VS-systeem een ideaal systeem is dat zorgt voor een goede werkomgeving voor vetmesters en boeren waarbij criminaliteit en gesjoemel uitgesloten zijn.



In het dertiende hoofdstuk van “Het vlees is zwak” ging ik na wat de werkelijke toestand is in de VS. Wie het Internet gebruikt om de rechtsbibliotheken en gepubliceerde vonnissen inzake het gebruik van illegale groeibevorderaars in de VS erop na te lezen merkt al gauw dat er ook in de VS criminele organisaties aan het werk zijn die een illegale handel drijven in andere dan de vijf wettelijk toegestane hormonen.



Groeibevorderaars worden immers gebruikt om economische redenen, om meer winst te maken, om een competitief voordeel te verwerven op de concurrentie. Het gaat om hebzucht, om het maken van winst ten koste van alles.



Telkens er groeibevorderaars opduiken die betere economische resultaten opleveren dan de vijf wettelijk toegestane, vind je producenten die wars van enige morele overweging bereid zijn die middelen te gebruiken. In “Het Vlees is zwak” beschrijf ik zo een aantal illegale netwerken inzake Clenbuterol, antibiotica en andere dan de vijf toegestane hormonen. Het is dus absoluut onjuist te beweren dat het Amerikaanse systeem vrij van zonden is.



Kankerverwekkend DES in de VS nog steeds in omloop



De Zwitserse veterinaire keuringsdienst meldde overigens in 1999 dat in 7 van de 26 gecontroleerde stalen van geïmporteerd vlees uit de Verenigde Staten sporen van het kankerverwekkende DES-hormoon (diethylstilboestron) gevonden werden.



(bron: http://www.admin.ch/cp/f/378b2258.0@fwsrvg.bfi.admin.ch.html)



Mag ik eraan herinneren dat het jaren geleden is dat er nog DES werd gevonden in Europa?



2. Het gebruik van hormonen in de veeteelt is absoluut onschadelijk voor de volksgezondheid



Het klopt inderdaad dat de wetenschap er jarenlang van overtuigd is geweest dat het gecontroleerd gebruik van de vijf Amerikaanse hormonen onschadelijk is voor de volksgezondheid. Wat er meestal niet wordt bij verteld is dat de wetenschap drie voorwaarden aan deze stelling oplegt:



A. de hormonen moeten worden toegediend door een bevoegd persoon, in casu een dierenarts,

B. de hormonen moeten in de juiste hoeveelheden worden toegediend,

C. er moet een voldoende lange wachttijd in acht worden genomen vooraleer de behandelde dieren geslacht worden.



Het weze duidelijk dat deze randvoorwaarden in het Europese landbouwmodel niet vervuld zijn. In de VS telt een klein vetmestingsbedrijf 20.000 dieren. Sommige bedrijven tellen 60.000 tot 70.000 dieren. Onder deze omstandigheden kunnen de federale controlediensten op permanente basis dierenartsen-ambtenaren hun werk laten doen en zorgen voor een juiste behandeling van de dieren met inachtneming van de wachttijden. De EU daarentegen beschikt over een veelheid van landbouwbedrijven waarbij een bedrijf met 250 dieren al behoorlijk groot is. Het is onmogelijk deze veelheid van vetmestingsbedrijven permanent onder controle te plaatsen en toe te zien op een correct gebruik van hormonen. Bovendien heerst er in de Europese landbouwwereld de cultuur van de zelfmedicatie waarbij landbouwers het gewoon zijn hun dieren zelf te behandelen.



Debackere niet op de hoogte van de meest recente wetenschappelijk literatuur



In tweede orde blijkt emeritus-toxicoloog Debackere niet op de hoogte van de meest recente wetenschappelijke studies over de schadelijke gevolgen van hormonengebruik voor de volskgezondheid. Deze informatie is nochtans voor iedereen te raadplegen op de webstek van de Europese Commissie : http://www.europa.eu.int/comm/food/fs/him/him_index_en.html



Onder de titel “Growth promoting hormones pose health risk to consumers, confirms EU Scientific Committee” deelde de Europese Commissie op 23 april 2002 mee dat 17 door de Europese Unie gefinancierde wetenschappelijk studies het mutageen en genotoxisch potentieel van 17 beta oestradiol (het in de VS toegestane vrouwelijke lichaamseigen geslachtshormoon) bevestigen.



Het wetenschappelijk comité van de EU herbevestigt daarmee haar eerdere bevindingen van 1999 en 2000. De wetenschappelijke stand van zaken inzake de beoordeling van de schadelijkheid van het gebruik van hormonen is nu als volgt:



* “As concerns excess intake of hormone residues and their metabolites,

and in view of the intrinsic properties of hormones and epidemiological

findings, a risk to the consumer has been identified with different levels

of conclusive evidence for the 6 hormones in question.

* In the case of 17-beta oestradiol there is a substantial body of recent

evidence suggesting that it has to be considered as a complete carcinogen,

as it exerts both tumour initiating and tumour promoting effects. The data

available does not allow a quantitative estimate of the risk.

* For the other 5 hormones, in spite of the individual toxicological and

epidemiological data described in the report, the current state of

knowledge does not allow a quantitative estimate of the risk.

* For all six hormones endocrine, developmental, immunological,

neurobiological, immunotoxic, genotoxic and carcinogenic effects could

be envisaged. Of the various susceptible risk groups, prepubertal children

is the group of greatest concern. Again the available data do not enable a

quantitative estimate of the risk.

* In view of the intrinsic properties of the hormones and in consideration of

epidemiological findings, no threshold levels can be defined for any of the

6 substances.” (advies Scientific Committee on Veterinary Measures relating to Public Health april 1999)



Het Wetenschappelijk Comité bevestigt die conclusies in april 2002 en stelt bijkomend::



The review of the 17 studies launched by the European Commission and a recent

scientific literature allows the following conclusions:



* Ultra-sensitive methods to detect residues of hormones in animal tissues have

become available, but need further validation.

* Studies on the metabolism of 17beta-oestradiol in bovine species indicate the

formation of lipoidal esters, disposed particularly in body fat. These lipoidal

esters show a high oral bioavailability in rodent experiments. Thus, the

consequence of their consumption needs to be considered in a risk assessment.

* Experiments with heifers, one of the major target animal groups for the use of

hormones, indicated a dose-dependent increase in residue levels of all hormones,

particularly at the implantation sites. Misplaced implants and repeated

implanting, which seem to occur frequently, represent a considerable risk that

highly contaminated meats could enter the food chain. There is also a dosedependent

increase in residue levels following the oral administration of

melengestrol acetate at doses exceeding approved levels, with a corresponding

increased risk that contaminated meats could enter the food chain.

* Convincing data have been published confirming the mutagenic and genotoxic

potential of 17beta-oestradiol as a consequence of metabolic activation to reactive

quinones. In vitro experiments indicated that oestrogenic compounds might alter

the expression of an array of genes. Considering that endogenous oestrogens also

exert these effects, the data highlight the diverse biological effects of this class of

hormones.

* No new data regarding testosterone and progesterone relevant to bovine meat or

meat products are available. However, it should be emphasized that these natural

hormones are used only in combination with 17beta-oestradiol or other oestrogenic

compounds in commercial preparations.

* Experiments with zeranol and trenbolone suggested a more complex oxidative

metabolism than previously assumed. These data need further clarificationthey might influence a risk assessment related to tissue residues of these

compounds.

* Zeranol and trenbolone have been tested for their mutagenic and genotoxic

potential in various systems with different endpoints. Both compounds exhibited

only very weak effects.

* Data on the genotoxicity of melengestrol acetate indicate only weak effects.

However, pro-apoptotic effects were noted in some cell-based assays, which were

attributed to the impurities in commercial formulation. Further experiments

should clarify the toxicological significance of these impurities.

* Model experiments with rabbits treated with zeranol, trenbolone or melengestrol

acetate, mirroring their use in bovines, were designed to study the consequences

of pre- and perinatal exposure to exogenous hormones. All compounds crossed

the placental barrier easily and influenced to varying degrees the development of

the foetus, at the doses used in the experiments.

* Epidemiological studies with opposite-sexed twins, suggest that the exposure of

the female co-twin in utero to hormones results in an increased birth weight and

consequently an increased adult breast cancer risk.

* Several studies were devoted to the potential impact of the extensive use of

hormones on the environment. Convincing data were presented indicating the

high stability of trenbolone and melengestrol acetate in the environment, whereas

preliminary data were provided on the potential detrimental effects of hormonal

compounds in surface water.



Wie dit leest en de moeite neemt de webstek van de Europese Commissie er verder op na te lezen kan niets anders dan concluderen dat Michiel Debackere eens te meer zijn wetenschappelijke titel misbruikt om misleidende informatie rond te strooien en de bevolking op een dwaalspoor te brengen. Karel Van Noppen zal zich gisteren wellicht wel in zijn graf hebben omgedraaaid.



Bart Staes

Europarlementslid Spirit

GroenDe enige partij die sociaal én milieuvriendelijk is.

www.groen.be

De Groenen/EVAGroenen en Europese Vrije Alliantie in het Europees Parlement.

www.greens-efa.eu

Sympathisant, ijveraar, pertinente vraag of melding...?