(22/10/08) Dossier - Hoe de rol van de vakbonden systematisch wordt uitgehold

Een analyse van het rapport Andersson 'Uitdagingen voor collectieve overeenkomsten in de EU'

Het rapport Andersson - waarover deze week in Straatsburg werd gestemd - wil komaf maken met de onduidelijkheden en leemten in de bestaande sociale wetgeving. Recent uitgevaardigde vonnissen van het Hof van Justitie in Luxemburg tonen voldoende aan dat de rol van de vakbonden wordt ingeperkt en dat de bestaande detacheringsrichtlijn ontoereikend is om een gezond evenwicht te garanderen tussen de vrijheid om diensten te leveren, zaken te doen en de rechten van werkenden.

Het rapport wil "onmiddellijk actie ondernemen om ervoor te zorgen dat de nodige wijzigingen in de Europese wetgeving worden doorgevoerd om de mogelijke schadelijke sociale, economische en politieke effecten van de vonnissen van het Hof van Justitie op te heffen."

De voorstellen betreffen ondermeer:

- een gedeeltelijke herziening van de detacheringsrichtlijn (rond barema's, arbeidstijd, gelijke behandeling, respect voor verschillende arbeidsmodellen).

- een verbreding van de detacheringsrichtlijn van vrij verkeer van diensten naar vrij vrij verkeer van diensten én werknemers.

- de erkenning van sociale acties zoals stakingen en blokkades als fundamenteel recht.

- de erkenning van diverse sociale modellen en de rol van de sociale partners hierin.

- het respecteren van sociale clausules in openbare aanbestedingen (ratificeren van de overeenkomstige ILO-conventie 94).

- herbevestiging van de Monti-clausule (stakingsrecht).

- het herstellen van het evenwicht tussen werknemersrechten en economische vrijheden voor ondernemingen.

“Sociale zaken” is een beleidsterrein waar de EU en de lidstaten bevoegdheden delen. Maar in de praktijk is dit redelijk problematisch. De bestaande wetgeving kent zoveel leemtes, dat de bescherming van werknemers steeds het onderspit moet delven ten voordele van vrije marktprincipes, zoals het recht op vrije dienstverlening. Anders gesteld: de Raad neemt vaak een zeer liberale houding aan en de Commissie gaat daar amper tegen in. Als we dan nog de rol van het Hof van Justitie bekijken, wordt het helemaal te gek. Heel wat onduidelijkheden worden door het Hof van Justitie beslecht, meestal niet in het voordeel van de werknemers.

Voor alle duidelijkheid: het gaat over de grote groep mensen die van de staat bescherming verwachten en niet het onder het mom van “vrijheid” systematisch uithollen van hun moeizaam verworven rechten.

Om de context van het rapport te begrijpen is het noodzakelijk even in te gaan op enkele rechtszaken die het debat het afgelopen jaar hebben aangezwengeld. Maar eerst het wetgevende kader: de detacheringsrichtlijn.

De detacheringsrichtlijn

Deze richtlijn gaat (in officiële termen) over de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten. In mensentaal: bedrijven die buiten de grenzen van hun land diensten aanbieden, kunnen hiervoor personeel ter beschikking stellen. De regel hierbij is dat deze werknemers volgens de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden werken, die in het land van bestemming gangbaar zijn.

Het is aan de lidstaten erop toe te zien dat deze ondernemingen de regels van nationale wetten en/of collectieve arbeidsovereenkomsten in acht nemen, meer specifiek inzake

a) maximale werk- en minimale rustperioden;
b) minimumaantal betaalde vakantiedagen;
c) minimumlonen, inclusief vergoedingen voor overwerk; dit punt is niet van toepassing op de aanvullende bedrijfspensioenregelingen;
d) voorwaarden voor het ter beschikking stellen van werknemers, inzonderheid door uitzendbedrijven;
e) gezondheid, veiligheid en hygiëne op het werk;
f) beschermende maatregelen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden van zwangere of pas bevallen vrouwen, kinderen en jongeren;
g) gelijke behandeling van mannen en vrouwen, alsmede andere bepalingen inzake niet-discriminatie.

De rechtszaken

In de loop van 2008 deed het Hof van Justitie in Luxemburg nogal wat uitspraken in het sociale recht. De meest ingrijpende rechtszaken zijn hier kort uiteengezet.

Laval un Partneri C-341-05

Laval, een Lets bouwbedrijf, kreeg de overheidsopdracht toegewezen om een school te bouwen in het Zweedse Vaxholm. Bij de opdracht hoorde ook de verplichting voor het Letse bedrijf om het Zweedse systeem van collectieve arbeidsovereenkomsten te respecteren. De Zweedse wet bepaalt niets over lonen, deze afspraken zijn in handen van de sociale partners. Tijdens onderhandelingen met de Zweedse Vakbond Byggnads, werd echter een Letse vakbond opgericht (precies om onder die verplichting uit te geraken) en een Letse cao afgesloten. Laval claimde hierbij dat hun werknemers door een eigen (Letse) cao werden beschermd; onderhandelingen tussen Byggnads en Laval draaiden op niets uit. De Zweedse vakbond bezette daarop de werf en Laval ging over kop.

De Zweedse arbeidsrechtbank vroeg de mening van het Hof van Justitie. De advocaat-generaal gaf Byggnads gelijk. "Actie tegen sociale dumping kan als dwingende reden van openbaar belang gezien worden". Het Hof van Justitie besliste anders. Het Hof had oog voor het argument van sociale dumping, het erkende sociale actie ook als een fundamenteel recht. Maar in dit geval oordeelde het Hof dat de sociale actie een belemmering vormde op het vrij verkeer van diensten. Het Hof besloot dat de actie niet gerechtvaardigd was omdat het niet ging om minimumloon. In de richtlijn staat enkel minimumloon opgesomd als 'te respecteren'.

Een minimumrichtlijn wordt plots een maximumrichtlijn.

Viking C-438-05

Viking, een Fins ferry-bedrijf veranderde haar vlag van Fins naar Estlands om onder andere arbeidsvoorwaarden te kunnen werken en zo de arbeidskosten te drukken. Finse vakbonden dreigden daarop met stakingen. De Internationale Transport Federatie - die ijvert voor een verbod op deze zogenaamde 'goedkope vlaggen' - eiste van de Estse vakbonden om geen onderhandelingen aan te knopen met Viking.
Het Hof besloot (ook) in dit geval dat collectieve acties van vakbonden een belemmering vormen op de vrijheid van vestiging.

Rüffert C-346/06

In het Duitse Nedersaksen bestaat een clausule in openbare aanbestedingen die de uitbetaling van collectief onderhandelde lonen uit de toepasselijke cao's vraagt. In het geval Rüffert had een Poolse onderaannemer tot 50% minder loon uitbetaald, waarvoor hij werd gestraft. Het Duitse hof vroeg zich af of deze clausule (en dus de straf) wel in regel is met de Europese wetgeving, met de vrijheid van dienstverlening.

Het Hof van Justitie erkende deze clausule niet onder een cao met algemene rechtsgevolgen voor gelijkaardige bedrijfstakken, enkel cao's die algemeen verbindend zijn verklaard tellen. Het Hof interpreteert de Europese detacheringsrichtlijn zodanig dat alleen een minimumloon kan worden vastgesteld en geen collectief onderhandeld loon. De Europese rechters verklaren bijgevolg de clausule als een belemmering voor de vrijheid van diensten en niet als een bescherming van de werknemers.

De politieke impact van het Hof

De uitspraken in deze rechtzaken vielen allemaal in 2008 en kenden allen een negatieve afloop voor de getroffen werknemers. Het Hof oordeelde meermaals dat de instrumenten die gebruikt worden om een betere bescherming van werknemers af te dwingen (collectieve actie, blokkades, openbare aanbestedingsregels) een belemmering vormen voor de vrijheid van dienstverlening.

In elke rechtzaak gaat het over specifieke omstandigheden, details bijna. We kunnen dus niet stellen dat het Hof een nieuwe lijn uitzet. Toch kan niemand ontkennen dat het Hof wel telkens de vrijheid van dienstverlening voorrang geeft op de bescherming van werknemers. Ze ging in één zaak zelfs in tegen het advies van de advocaat-generaal, wat ons doet vermoeden dat de positie van het Hof niet eenduidig is. Wel is duidelijk dat elke zaak door een economische - vrije markt - bril wordt bekeken.

Sommigen hebben zich zeer kritisch uitgelaten over de 'onsociale koers' die het Hof van Justitie vaart. Nochtans - laat dit duidelijk zijn - is het Hof geen wetgevende macht, maar een rechterlijke macht. Ze interpreteert met andere woorden de bestaande wetgeving.

Dus moet de wetgevende macht (de Europese Parlement) alles uit de kast halen om de uitvoerende macht (de Europese Commissie) te dwingen tot een meer sociale koers.

De vicieuze cirkel

In het arbeidsrecht zitten we momenteel in een vicieuze cirkel, en wel een neerwaartse spiraal. Kort gezegd: het Hof handelt op basis van bestaande wetgeving, de Commissie reageert op de rechtspraak, brengt zo weinig mogelijk verandering aan, beperkt daardoor de bewegingsruimte, waardoor het Hof weer uitspraken moet doen op deze aangepaste wetgeving. Intussen stelt niemand fundamenteel nieuwe wetgeving voor waardoor elke nieuwe rechtszaak een stap achteruit betekent. Een soort ‘race to the bottom’.

De houding van het Hof is naast juridisch ook deels politiek geladen. Ze maakt een politieke keuze door te stellen dat de detacheringsrichtlijn moet geïnterpreteerd worden als een beperkende lijst van minimumstandaarden. Maar de richtlijn kan evengoed gezien worden als een open lijst van mogelijke instrumenten voor een betere sociale bescherming, ook als die de minimumstandaarden overstijgen. Het Hof tracht deze leemten wel aan te geven, maar is uiteraard niet bij machte de wet aan te passen. Dat is de taak van de Commissie én het Europees Parlement. Maar zelfs als er signalen uit het EP komen, voelt de Commissie zich blijkbaar niet geroepen hierop in te gaan. De enige actie de Commissie in dit domein aan de dag legt, is zo beperkt mogelijk ingaan op de aanbevelingen van het Hof. Dat leidt tot bijzondere initiatieven.

Zo zijn er de ''richtlijnen ten aanzien van detachering'' die de detacheringsrichtlijn grondig beperken en vooral gebaseerd zijn op de vrije markt benadering, de vrijheid van dienstverlening. Met daaraan gekoppeld de intussen afgezaagde mantra dat die voor iedereen meer vrijheid brengt.

De enige manier om de cirkel te doorbreken is dat de Commissie haar verantwoordelijkheid opneemt en ten gronde een nieuw voorstel uitwerkt. Dat kan bijvoorbeeld door de gelimiteerde lijst van arbeidsvoorwaarden in de bestaande detacheringsrichtlijn grondig te herzien.

Maar de Commissie is politiek zwak. Ze danst in sociale zaken meer dan ooit naar de pijpen van de Raad van Ministers en geeft zo haar eigen initiatiefrecht uit handen. Met andere woorden: daar waar vrouwe Europa zichzelf een wat socialer gezicht zou kunnen geven – ook al is dat tegen de vrijhandelsdogma’s uit de lidstaten in – laat ze deze bal voor open doel liggen. Dit terwijl juist meer sociaal beleid de Europese burgers misschien weer meer vertrouwen zou kunnen bieden. Vertrouwen in het feit dat de EU er niet alleen maar voor ‘geldwolven uit Wallstreet’ en grote bedrijven is, maar ook voor de gewone Europeaan.

GroenDe enige partij die sociaal én milieuvriendelijk is.

www.groen.be

De Groenen/EVAGroenen en Europese Vrije Alliantie in het Europees Parlement.

www.greens-efa.eu

Sympathisant, ijveraar, pertinente vraag of melding...?